Beurs

Centrale bank VS leent 200 miljard aan banken, waarom?

Paul le Clercq • 20 september 2019 06:20 @Paul_le_Clercq

Topman Jerome Powell van de Amerikaanse Federal Reserve. Beeld © AFP

De Fed, de centrale bank in de VS, leende de afgelopen drie dagen voor meer dan 200 miljard dollar aan Amerikaanse banken. Ook vandaag zal er weer geld worden uitgeleend. Waarom is dat nodig?

De financiële markten worden al een paar dagen opgeschrikt doordat de Amerikaanse Federal Reserve veel geld leent aan gewone banken.

Dinsdag ging het om 53 miljard dollar, woensdag om 75 miljard en gisteren wederom om 75 miljard dollar. In totaal gaat het dus in drie dagen tijd al om 203 miljard dollar. Daar blijft het niet bij, want ook vandaag kunnen banken bij de Fed lenen.

10 procent rente

De stap van de Fed is een reactie op het omhoog schieten van de zogeheten reporente, die begin deze week even tot maar liefst 10 procent steeg.

De reporente is belangrijk omdat banken deze aan elkaar berekenen als ze met onderpand voor een dag geld uitlenen. Deze rente bepaalt ook mede het tarief dat banken vragen aan bedrijven en consumenten die geld lenen.

Tekort aan geld

De reporente steeg omdat banken een tekort hadden aan geld. De wet van vraag een aanbod bepaalt dan dat de prijs (de rente) stijgt.

Mocht dat langer duren, dan kan dat er toe leiden dat banken minder uitlenen aan bedrijven en consumenten en dat kan uiteindelijk slecht uitpakken voor de economie. Dit probeert topman Jerome Powell van de Fed nu dus te voorkomen.

2008

De problemen die nu spelen stammen uit de financiële crisis, in 2008, legt Philip Marey, Amerika-econoom bij Rabobank, uit. Banken leenden elkaar altijd al geld voor een dag. De ene dag hebben ze immers minder aan consumenten en bedrijven uitgeleend dan er aan spaargeld bij hen is binnengekomen, zodat ze geld 'over' hebben en de volgende dag is het andersom.

Dat geld leenden ze aan elkaar zonder onderpand te vragen. Sinds de crisis willen banken echter meer zekerheid dat ze ook hun geld terugkrijgen en vragen ze wél onderpand. Vaak is dat in de vorm van kortlopende leningen aan de overheid, schatkistpapier geheten. Banken steken dus gelijk over: contanten (althans, geld op een rekening) tegen schatkistpapier.

Fed koopt niet meer op

Probleem is nu dat de Fed nu veel minder obligaties en schatkistpapier in bezit heeft dan voorheen. Na de crisis kocht de Fed immers obligaties op, om zo banken van liquiditeit te voorzien, zodat zij dat geld weer aan consumenten en bedrijven konden uitlenen. Maar inmiddels ligt de crisis weer een tijdje achter ons, de Fed is gestopt met opkopen en sommige obligaties zijn na verloop van tijd afgelost.

Banken kunnen dus niet meer terecht bij de Fed als ze contanten nodig hebben. De liquiditeit in het systeem is inmiddels met bijna de helft gedaald. Op dagen met een grote vraag naar cash (van bedrijven en consumenten) kan dit tot problemen leiden.

Oplossingen

Dit is op meerdere manieren op te vangen, zo kan de Fed doorgaan met tussentijdse leningen, zoals nu het geval is. Ook zou de Fed weer kunnen beginnen met het kopen van obligaties, zoals het na in de financiële crisis deed.

Daarnaast zou de Fed een loket kunnen openen waar banken rechtstreeks bij de Fed kunnen aankloppen om geld te lenen in ruil voor obligaties.

Risico

Het echte probleem ligt echter dieper, aldus Marey. Banken zouden meer risico moeten durven nemen. Banken durven door de strenge regelgeving geen risico meer te nemen. Nu deinzen ze soms al terug om met onderpand geld uit te lenen.

Het gevolg is dat de Fed nog steeds moet ingrijpen op de Amerikaanse geldmarkten op momenten dat er een grote behoefte aan cash is.

Nóg een andere mogelijkheid is dat de Fed terug zou gaan naar het oude systeem, van vóór de crisis. Toen kon de Fed, als centrale bank, er voor zorgen dat banken in principe structureel te weinig liquiditeit hadden. De Fed wilde ze uiteraard wel geld lenen, maar via de rente die het aan de banken berekende kon de Fed in feite de rente bepalen die banken op hun beurt berekenden aan hun klanten.

Bron • RTL Z / Paul le Clercq