Economie

Veel Oost-Europese werknemers zijn straks nog steeds goedkoper

Ann-Lynn Hamelink • 24 oktober 2017 17:25

Veel Oost-Europese werknemers zijn straks nog steeds goedkoper
Beeld © ANP

Na anderhalf jaar Europees overleg is er eindelijk een akkoord dat moet voorkomen dat werknemers uit andere EU-landen in gastlanden goedkoop aan de slag gaan. Maar de vlag kan nog niet uit: critici vinden dat het plan helemaal niet ver genoeg gaat.

Volgens het voorstel voor de nieuwe Europese richtlijn moet een Poolse timmerman die in Nederland werkt, vanaf 2021 hetzelfde salaris krijgen als zijn Nederlandse collega.

In het eerste jaar, en in sommige gevallen de eerste anderhalf jaar, hoeft de werkgever daar niet de Nederlandse maar de Poolse sociale premies en pensioenafdracht over te betalen. Die zijn vaak een stuk lager dan de Nederlandse en dus is een gedetacheerde werknemer in die periode nog goedkoper voor de werkgever. 

Sociale dumping

Op dit moment mogen buitenlandse werknemers nog twee jaar gedetacheerd zijn. En doordat de loonkosten daardoor vaak lager zijn, is het een vorm van concurrentievervalsing die ook wel ‘sociale dumping’ wordt genoemd, vindt een meerderheid van de ministers van Sociale Zaken van de EU-landen. Deze ministers, verenigd in de Raad van de Europese Unie, sloten een deal om dit probleem aan te pakken. 

Dat de ministers eruit zijn betekent overigens niet dat de richtlijn er precies in deze vorm komt. Voordat de regeling van kracht kan worden moet er eerst nog een compromis gesloten met het Europese Parlement. De onderhandelingen starten in november. Een woordvoerster van de Raad verwacht dat de wet niet voor het eind van het jaar rond is. 

Verdringing

Het plan werd maandag gepresenteerd als een oplossing voor dit probleem, maar niet iedereen is er blij mee. "Het is niet zo dat [gedetacheerde] werknemers uit Oost-Europa straks net zo duur zijn als Nederlandse werknemers", zegt CNV-voorzitter Maurice Limmen tegen RTL Z.

Volgens hem moet je kijken naar de loonkosten. Daar horen ook kosten voor sociale premies en pensioenen bij en die zijn lager voor werknemers uit het buitenland. Als ondernemer betaal je daardoor voor een Poolse arbeidskracht toch nog minder dan voor een Nederlander, zegt Limmen. "Het verschil kan oplopen tot 30 procent. Daarmee blijft verdringing doorgaan."

Wat houdt de nieuwe richtlijn precies in?

Vanaf 2021 moeten buitenlandse werknemers hetzelfde verdienen als mensen in het gastland. Voorheen kreeg je als buitenlandse kracht het minimumloon. De richtlijn moet oneerlijke concurrentie op beloning voorkomen. Daarnaast krijgen buitenlandse werknemers ook vakantiedagen.

Vanaf het moment dat iemand gedetacheerd wordt moet hij hetzelfde loon krijgen als zijn Nederlandse collega's, voorheen was dit het minimumloon. Na een jaar moeten ook de sociale premies en pensioenen worden afgedragen volgens de regels van het land waarin wordt gewerkt.

Verder is er een optie om die periode met zes maanden te verlengen. Niet alle landen stemden voor. Polen, Hongarije, Litouwen en Letland waren tegen, en Groot-Brittannië, Ierland en Kroatië stemden niet.

Probleemgroep

Ook volgens Frank van Gool, eigenaar van uitzendbureau Otto Workforce, zou er meer moeten gebeuren. Vooral om de 'probleemgroep' goed aan te kunnen pakken. 

Zijn uitzendbureau heeft ongeveer 8000 mensen per dag aan het werk uit bijvoorbeeld Polen en Bulgarije of Tsjechië. "90 procent van de buitenlandse arbeidskrachten krijgt al Nederlands cao-loon plus bijbehorende premies en rechten", ziet hij.

Het probleem zit volgens hem bij 10 procent van de markt, en die moet je aanpakken met een richtlijn die verder gaat dan nu het geval is, vindt hij. "We zijn blij dat er een richtlijn komt", zegt van Gool, "Alleen die geldt pas wanneer iemand langer dan twaalf maanden in het buitenland werkt. Die periode moet je terugbrengen naar drie maanden. Op die manier kun je misbruik makkelijker voorkomen.”

Te weinig inspecteurs

Volgens CNV is handhaving één van de grootste problemen. "We hebben een tijd geleden afgesproken dat er een meldingsplicht moet komen voor gedetacheerde werknemers. Als we weten dat zij er zijn, kunnen we er beter op letten dat ze goed behandeld worden. Die is er nog niet", zegt Limmen.

Verder zijn er volgens hem te weinig te weinig inspecteurs. "Dan kun je nog zulke mooie regels hebben, maar dan zal de uitbuiting doorgaan."

Logistieke nachtmerrie

De transportsector is in het akkoord de enige sector waar geen deal voor gesloten is. "Juist die sector is het symbool van wat ik de mislukking van de Europese arbeidsmarkt noem", zegt Limmen. "Als je kijkt wat er langs de snelweg gebeurt: dat zijn middeleeuwse toestanden qua uitbuiting en de ellende waarin mensen werken."

Volgens branchevereniging Transport en Logistiek Nederland (TLN) is de zaak extra ingewikkeld voor de sector. "We willen wel degelijk een goede richtlijn voor chauffeurs, en dat zij betaald krijgen naar het loon van het land waar zij werken", zegt woordvoerder Cleo Vissers van TLN.

Een chauffeur die in Nederland werkt, zou dus naar Nederlandse maatstaf betaald moeten krijgen. Maar het wordt lastiger als iemand ritten door verschillende Europese landen maakt, bijvoorbeeld van Nederland naar Italië. "Dat dreigt een logistieke nachtmerrie te worden qua betaling", zegt Vissers.

Er komt nog een richtlijn voor de transportsector. De bedoeling is dat daar komend jaar meer over bekend wordt.

Bron • RTL Z

Gerelateerde artikelen