Economie

Nederland, handelsland: koester de grenzen

27 november 2015 06:15

Nederland, handelsland: koester de grenzen
Een Coca-Colastandje in Hongkong. Beeld © iStock

Is de reputatie van Nederland als handelsland terecht? In een korte serie gaat RTL Z-verslaggever Hella Hueck samen met Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op zoek naar het antwoord. Vandaag aflevering 6: waarom het helemaal niet zo erg is dat landsgrenzen een belemmering blijven.

We verdienen 32 procent van ons nationaal inkomen met handel over de grens, maar werkgeversorganisatie VNO-NCW vindt dat nog lang niet genoeg. "Een ambitie van 40 procent moet op termijn haalbaar zijn", lezen we in de notitie 'Grenzeloos groeien' (2014). Maar een euro die wordt verdiend met export, is geen cent meer waard dan een euro die op de binnenlandse markt wordt verdiend. We kunnen best blijven groeien zonder heel veel meer te exporteren. Daar moeten we ons ook maar een beetje op gaan instellen.  

Handelsgroei stagneert
Van 1990 tot 2008 groeide de handel in de wereld elk jaar veel sneller dan de wereldeconomie. Een steeds groter deel van de productie in de wereld werd over grenzen geëxporteerd en – dat hoort er dan ook bij – door andere landen geïmporteerd. Aan die groei van de handel is sinds de crisis een einde gekomen, en ook nu de crisis voorbij is, groeit de wereldhandel minder dan voor 2008. 

Sommige economen denken dat dit tijdelijk is, en dat binnenkort de wereldhandel weer net zo snel gaat groeien als voor de crisis. Maar er zijn ook economen die denken dat de groei van de handel weleens blijvend lager zou kunnen zijn. Dat komt doordat veel meer productie nu plaatsvindt in ketens. Ook digitalisering heeft invloed op fysieke handel: dvd's, cd's en encyclopedieën zijn echt verleden tijd. Wie weet kunnen we in de toekomst dankzij 3D-technologie meer producten lokaal produceren. Ook blijken er grenzen te zitten aan wat we kunnen of willen verhandelen. 

De wereld is niet plat
Lange tijd was de gedachte dat de wereld door globalisering steeds platter wordt. Die term komt van New York Times-columnist Thomas Friedman, die in 2005 de bestseller The World is Flat publiceerde. Maar er was ook kritiek op zijn boek, onder andere van economen die al heel lang onderzoek doen naar wat de 'home bias' in handel wordt genoemd, het thuismarkteffect. Al kun je ook in China een iPhone kopen en drinken we over de hele wereld Coca-Cola: de wereld is niet volledig plat te slaan. We hebben de neiging om dicht bij huis te handelen. 

Econoom John McCallum ontdekte dat de handel binnen zowel Verenigde Staten als Canada 20 keer zo groot was als grensoverschrijdende handel tussen die twee landen. Opvallend, want qua taal en cultuur liggen Canada en de Verenigde Staten behoorlijk dicht bij elkaar. Later onderzoek kwam op wat lagere getallen uit, maar steeds weer blijkt dat nationale grenzen ook in een globaliserende wereld een grote belemmering zijn én blijven voor handel. In Europa, waar al heel lang wordt gewerkt aan een interne markt, zien we hetzelfde verschijnsel. In zijn boek World 3.0 (uit 2011) schrijft Pankaj Ghemawat, de jongste hoogleraar ooit benoemd aan de Harvard Business School, over onderzoek dat uitwijst dat Duitse deelstaten vier- tot zesmaal zoveel met elkaar handelen als met EU-lidstaten. 

Normen, taal, regels, voorkeuren
Wie naar verklaringen zoekt voor dat thuismarkteffect van handel, komt terecht bij barrières die niet simpel te slechten zijn. Zelfs als we alle quota en importtarieven afschaffen, hebben we te maken  met 'softe' handelsbarrières. Taal blijkt een heel belangrijke, en een Europese taal zien we komende jaren niet zo snel ontstaan. Ook een rol spelen de verschillen in voorkeuren van klanten, culturele verschillen, en aparte regels die door landen zijn ingesteld en vaak ook worden gekoesterd. De Nederlandse maker van de plastic drinkfles Dopper liep ertegen aan dat ze in landen als Qatar of Saoedi-Arabië het helemaal niet zien zitten om een hippe designfles bij te vullen met kraanwater: het is daar juist een statussymbool om een nieuwe fles mineraalwater open te draaien. 

Wij denken niet dat dat thuismarkteffect snel verdwijnt. We zien juist dat nationale staten, en typisch nationale trekjes en verworvenheden, ook in Europa weer belangrijker worden, en dat regionale en lokale voorkeuren over bijvoorbeeld voedsel eerder meer dan minder een rol gaan spelen. Dat zie je aan de commotie in Duitsland over de gevolgen van TTIP voor regionale worsten. Kortom: misschien is het verstandig ons niet blind te staren op nog meer export. We exporteren om geld te verdienen, waarmee we de goederen en diensten kunnen kopen die we zelf niet hebben of kunnen maken, of waar anderen beter in zijn. Maar export is geen doel op zichzelf.

Dit is het zesde verhaal over de toekomst van Nederland als handelsland: van zondag 22 tot en met zaterdag 28 november elke dag een nieuwe aflevering. De eerste delen zijn, net als eerdere afleveringen uit de reeks Economie van Overmorgen, hier terug te lezen. Morgen het slot: welke conclusies trekken we uit de vijf mythes over handel die we deze week hebben besproken?

Meepraten? Graag!

Benieuwd naar hoe het verder moet met Nederland als handelsland? Kom dan dinsdag 1 december naar Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, waar de makers van deze serie een avond presenteren waarop wordt afgerekend met mythes, halve waarheden en onjuistheden. Dat doen Hella Hueck en Robert Went met onder anderen Marieke Blom (hoofdeconoom ING Nederland), Marjolijn Jaarsma (onderzoeker internationale handel en globalisering bij het CBS) en Florian Sterk (Dutch Water Partners).
Meer informatie vind je hier.

Bron • RTL Z / Hella Hueck & Robert Went

Gerelateerde artikelen