Economie

Economie mogen we niet aan economen overlaten

Hella Hueck & Robert Went • 31 oktober 2014 16:49

Beeld ©

Najaar 2014. Nederland krijgt een Europese naheffing van 642 miljoen euro en premier Rutte roept: "Een onaangename verrassing!" Die naheffing blijkt het gevolg van nieuwe en betere data van het CBS, en het meetellen van grijze sectoren zoals hoeren en drugs. Maar hoe hard zijn dit soort feiten, prognoses en adviezen eigenlijk? Die vraag stellen Hella Hueck, verslaggever economie bij RTL, en Robert Went, econoom bij de WRR, in hun openingsaflevering van hun serie Economie van Overmorgen.

Sinds de financiële crisis in 2008 losbarstte, hebben we op blogs en Twitter, in kranten, boeken en tijdschriften veel 'soul searching' gezien van economen. En terecht. De Britse koningin beklaagde zich op een congres van de topeconomen in haar land dat die deze grote crisis niet voorzien hadden. Ze raakte daarmee niet alleen in Engeland een gevoelige snaar. De prijs van de crisis is hoog. Het McKinsey Global Institute kwam in een voorzichtige schatting tot de conclusie dat in 2008 opgeteld 27 biljoen dollar aan waarde van onder andere huizen en aandelen in rook is opgegaan. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) stelde vast dat de werkloosheid van 2007 tot 2009 wereldwijd met 34 miljoen mensen was toegenomen. En Andrew Haldane, chief economist van de Britse centrale bank, schatte de totale kosten van de crisis op een- tot vijfmaal het bbp van de hele wereldeconomie in een jaar. --

We betalen dus allemaal voor het opruimen van de puinhoop die de financiële sector ervan gemaakt heeft. Directies van banken wisten soms niet eens wat voor ingewikkelde producten ze kochten en hoe riskant die waren. NIBC-directeur Enthoven zei bijvoorbeeld in het Financieele Dagblad over rommelhypotheken: "Ik wist niet dat we subprime-leningen kochten, ik wist toen zelfs niet wat subprime was." De grenzen van de regelgeving voor de geglobaliseerde en geliberaliseerde financiële markten werden opgezocht – en soms zelfs flink overschreden. In de woorden van 'Wolf of Wall Street' Jordan Belfort: "The real question is this: was all this legal? Absolutely fucking not. But we were making more money than we knew what to do with."

Thumbnail

The Wolf Of Wall Street zelf: Jordan Belfort

Hoe nu verder ?

Economen hebben dus wel wat uit te leggen, vinden we bijna allemaal. Maar vooral moeten we aan de bak om de kans kleiner te maken dat we straks opnieuw in een grote kladderadatsch terecht komen. Te vaak is al betoogd dat het lek boven is, en dat we vanaf nu gestaag zullen groeien. Maar crises komen en gaan, laat de geschiedenis zien. Dat is niet de schuld van economen: "That people are selfish and that businesses pursue profit is not the fault of economics but of human nature", schreef de Financial Times onlangs nog maar eens. De wereld is veel te complex om volledig in modellen te vangen: er is geen regisseur, er zit geen piloot in het vliegtuig, er gebeuren steeds weer onverwachte en onvoorspelbare dingen. Als we weten dat er altijd nieuwe, onverwachte tegenslagen zullen komen, is meer de vraag hoe we de veerkracht van onze economie, instituties en onszelf kunnen vergroten. Hoe we risico's kunnen verkleinen zonder de dynamiek en het innovatief vermogen van de samenleving onnodig af te remmen.

De economen van overmorgen

Waar begin je met verandering? In zijn film Inequality for All zegt de uitgesproken Robert Reich, onderminister van arbeid onder Clinton, het mooi tegen zijn studenten: "I want to test your assumptions. No, I want to SHAKE your assumptions." Dat vraagt om docenten en studenten die samen met een kritische blik durven kijken naar de aannames die we elke dag vanzelfsprekend doen over hoe onze economie werkt. In het buitenland worden er inspirerende stappen gezet. Zo geeft The Institute of New Economic Thinking beurzen tot wel 250.000 dollar aan onderzoek dat niet een leuk theoretisch modelletje moet opleveren, maar uiteindelijk ons bestaan moet verbeteren. Onderzoek dat bijvoorbeeld laat zien hoe je als samenleving tot nieuwe uitvindingen komt en wat de rol van de overheid daarin is. Wat voor invloed hebben centrale banken op onze inkomens en welvaart? Of waarom doen mensen dingen gratis en voor niets? De auteurs van dit stuk krijgen hiervoor niet betaald en toch mailen we al weken, soms tot diep in de nacht, allerlei artikelen aan elkaar om tot dit stuk te komen. Er is blijkbaar iets anders dat ons drijft dan geld...

Thumbnail

Ook is er een internationale beweging ontstaan van economiestudenten, de International Student Initiative for Pluralism in Economics, die een andere invulling van hun studie willen. Al meer dan 65 groepen in 30 landen hebben zich aangemeld. Deze economen van (over)morgen willen meer aandacht in hun studie voor echte problemen, zoals klimaatverandering, ongelijkheid en armoede – dan maar wat minder wiskunde, statistiek en econometrie. Dat was vroeger vanzelfsprekend, toen economie nog politieke economie was. Economen dachten over de grote vragen en problemen van de wereld na en schreven daar groots en meeslepend over. De studenten van overmorgen willen over de muren van hun eigen studie heen kijken, samenwerken met andere sociale wetenschappers en leren van de geschiedenis. Ook vragen ze aandacht in het curriculum voor verschillende economische scholen. Zoals je bij een studie Nederlands niet alleen maar Harry Mulisch leest, moet je bij de studie economie verder kijken dan de 'onzichtbare hand' van Adam Smith (die staat voor de theorie dat wanneer iedereen goed voor zichzelf zorgt, dat ten goede komt aan de hele maatschappij).

Interview met Ha-Joon Chang

Het is met economische theorieën waarschijnlijk net als met programma's van politieke partijen. Met sommige standpunten uit het programma ben je het eens, met andere juist weer helemaal niet. De Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang heeft in zijn meest recente boek 'Economie: de gebruiksaanwijzing' een mooi schema gemaakt, waarin negen economische scholen met elkaar worden vergeleken. Dé school met de beste benadering voor alle vragen en problemen bestaat niet. Maar misschien is er wel eentje waar je je het meeste thuisvoelt. De ene school bekijkt de wereld vooral vanuit de werknemer, de andere vanuit het gezichtspunt van de ondernemer. Alle mooie modellen zeggen vooral iets over hoe de bedenkers vinden dat de maatschappij eruit moet zien. De essentie is dat economie niet over stenen natuurwetten gaat: "Those who champion the discipline must remember that, at its core, it is about human behaviour, with all the messiness and disorder that this implies" (Financial Times). Maar dat maakt het vak ook wel weer leuk. 
 

Thumbnail

Klik hier voor een grotere versie

Thumbnail

Klik hier voor een grotere versie

Thumbnail

Klik hier voor een grotere versie

Nederland dienstenland!

Niet alleen inzichten en analyses veranderen. Er komen ook meer, nieuwe en betere data, en dat kan onze kijk op economische issues veranderen. Vorig jaar bleek bijvoorbeeld dat we van twee grote onderwerpen minder weten dan we altijd dachten.

Zo waren lange tijd de woorden 'export' en 'maakindustrie' onlosmakelijk met elkaar verbonden. Uit nieuwe gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) blijkt nu dat diensten een veel groter aandeel in onze export innemen dan we eerder dachten.

Dat zit zo: de verschillende onderdelen voor een iPhone, een DAF-truck of een Volvo S40 worden vaak in meerdere landen geproduceerd. Het eindproduct wordt uiteindelijk in één land in elkaar geschroefd. Maar onze handelsstatistieken weten er niet goed raad mee dat bedrijven samenwerken in productieketens. Daardoor lijkt de Nederlandse export groter dan hij feitelijk is.

Thumbnail

Klik hier voor grotere versie

Dit Volvo-plaatje hebben we uit een contextanalyse van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Als Volvo zijn nieuwe S40 aan Nederland verkoopt, wordt de Nederlandse achterbumber twee keer meegeteld. Eén keer in de exportcijfers van Nederland en opnieuw in de Zweedse uitvoerstatistieken waarin de verkoop van de complete auto is opgenomen. Die dubbeltellingen vertroebelen ons zicht op wat we als land maken en eraan verdienen. De internationale handelsorganisatie WHO en de rijkelandenclub OESO presenteerden daarom een jaar geleden nieuwe data. Die laten zien waar de toegevoegde waarde vandaan komt die in goederen en diensten zit. Voor Nederland levert dit een ander, compleet nieuw inzicht op.

We werken vooral in de dienstensector

Wat betekent dat voor de ontwikkeling van nieuwe banen? Marjolijn Jaarsma en Free Florquin van het CBS rekenden op ons verzoek uit hoeveel banen in de industrie en in de dienstensector afhankelijk zijn van de export. In het laatste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn (2012) waren dat in de industrie 558.000 voltijdbanen. Dat aantal daalt sinds 1988. In de dienstensector waren dat toen 1.464.000 banen. En dat aantal stijgt. Lekker belangrijk, denk je misschien. Maar zou dit geen gevolgen moeten hebben voor ons innovatiebeleid? Nu ligt er een sterke focus op industriële topsectoren als de chemie, landbouw en de energiesector. Daar wordt de industrie ook beter van.

Thumbnail

Ongelijkheid in grote, geïndustrialiseerde landen neemt weer toe

Ook Nederland heeft intussen kennisgemaakt met Thomas Piketty, de Franse econoom die in 2013 'Kapitaal in de 21ste eeuw' publiceerde. Over ongelijkheid hadden we het al wel regelmatig, maar Piketty laat zien dat economen (en andere sociale wetenschappers) daar weinig diepgaand naar hebben gekeken. Zelfs de Tweede Kamer wilde daar graag meer over horen.

Thumbnail

Thomas Piketty

Het leek een fait accompli. In een land dat zich ontwikkelt, zullen de inkomensverschillen eerst toenemen, maar vanaf een bepaald punt worden ze weer kleiner. Met die stelling is Nobelprijswinnaar Kuznets wereldberoemd geworden. Maar er blijkt weinig van te kloppen, laat Piketty zien. En alleen kijken naar inkomen geeft bovendien niet het hele plaatje, want hoe rijk je bent hangt ook af van de waarde van je huis of je aandelen (mocht je die hebben). Piketty is wél naar vermogen gaan kijken en is gaan graven in gegevens die zelfs teruggaan tot de Franse revolutie. Hij kon daardoor trends op de lange termijn laten zien. Hij acht de kans groot dat de vermogensongelijkheid komende decennia weer oploopt tot niveaus die we lang niet gezien hebben – iets wat hem veel aandacht bezorgde. Iedereen heeft een mening over hem, of ze zijn boek gelezen hebben of niet. Of zijn aannames kloppen vinden we moeilijk te beoordelen; de tijd zal het leren. Maar Piketty maakt wel aannemelijk dat het zo zou kúnnen gaan. En hij heeft ons allemaal met de neus op de feiten gedrukt: we weten eigenlijk nog maar erg weinig over de ontwikkeling en dynamiek van ongelijkheid.

Tijdelijke feiten

Het lijkt zo simpel: feiten zijn feiten, dat is toch logisch?! Maar meestal hebben we het over ‘tijdelijke feiten’. Er komen steeds meer 'big data' beschikbaar over bijvoorbeeld handel, inkomen en consumentengedrag. Wij denken dat daardoor andere verbanden gelegd worden en nieuwe inzichten ontstaan. Wat vandaag nog waar lijkt, is morgen alweer achterhaald.

Waar of niet waar?

Vijf bekende uitspraken over de economie

Thumbnail

"A rising tide lifts all boats"

Als we groeien, wordt iedereen daar beter van. Tenminste, dat werd lang gedacht. Bij de Wereldbank verschenen studies waarin dat werd aangetoond, maar volgens critici werden de cijfers daarbij soms flink gemarteld. Alle internationale organisaties benadrukken inmiddels dat niet automatisch iedereen van groei profiteert, en dat daar bewust beleid voor nodig is. Vandaar de veelgehoorde term 'inclusieve groei'.

Ons oordeel: niet waar


Thumbnail

"There is no such thing as a free lunch"

Deze uitspraak van Milton Friedman wordt veel aangehaald, bijvoorbeeld om te benadrukken dat keuzes altijd geld kosten. Dat was waar in tijden van schaarste, maar als mensen als Jeremy Rifkin, Peter Diamandis en andere futurologen gelijk krijgen, gaan we steeds meer overvloed zien. Je auto rijdt dadelijk op zonne-energie. Als we straks zout water kunnen filteren zodat het drinkbaar is, hoeft niemand meer dorst te hebben op deze planeet. En wat dacht je van al die gratis kennis die te vergaren is op internet? De weg zoeken met Google Maps? Misschien betaal je ongemerkt wel met je privacy, maar wellicht had je die al doodverklaard. 

Ons oordeel: deels waar

Thumbnail

"When the facts change, I change my mind. What do you do, sir?"

Dit is een bekende uitspraak van de vermaarde econoom Keynes, hoewel de deskundigen het er niet over eens zijn of hij dit echt ooit zelf zo gezegd heeft. Mooi streven, dat wel. Maar zoals we allemaal weten, werkt het meestal toch niet echt zo. Ideeën zijn hardnekkig, carrières en hypotheken hangen van papers en publicaties af, en politici doen beloften aan hun kiezers die ze niet willen breken. Allemaal heel begrijpelijk, maar...

Ons oordeel: was het maar vaker waar

Thumbnail

"I don't care who writes a nation's laws – or crafts its treatises – if I can write its economics textbooks"

Dit zei Nobelprijswinnaar Paul Samuelson 60 jaar geleden, en dat was begrijpelijk in die tijd. Maar de ruimte voor nationale staten om eigen keuzes te maken is door de globalisering vanaf eind jaren 1970 kleiner geworden. De economieën van landen zijn nu veel meer met elkaar verweven. Kijk maar naar de Europese Unie. Internationale verdragen en overeenkomsten van IMF, WHO en andere organisaties worden steeds belangrijker. ----

Ons oordeel: de uitspraak is ten dele waar – en dat zouden economen best vaker mogen zeggen


Thumbnail

"Wat je ook doet, er zijn altijd mensen die het brood opdienen en mensen die het brood eten"

Deze uitspraak van Red, in onze favoriete serie Orange is the New Black, lijkt in de buurt van een natuurwet te komen. Interessante vraag wordt vervolgens hoe groot de kans is dat je van broodsmeerder tot broodeter wordt, en omgekeerd – daar wordt veel mobiliteitsonderzoek naar gedaan. Maar net nu dat onderzoek mede dankzij Thomas Piketty hoger op de agenda van onderzoekers en beleidsmakers komt, verschijnen de eerste keukenrobots.

Ons oordeel: maar zal dat zo blijven?

Het moeras van voorspellingen

Economische data zijn dus niet zo 'hard' als de temperatuur, of de lengte van een kind in centimeters. Dat komt door voortschrijdend inzicht, zoals dat zo mooi heet in de politiek. Maar ook door keuzes maken over wat wel en niet telt, of hoe geteld wordt. De rel rond de naheffing van 642 miljoen euro uit Brussel is daar een mooi voorbeeld van. Als we nieuwe groeicijfers over onze economie krijgen, zijn die berekend volgens een internationaal afgestemde handleiding van honderden pagina’s (!), die ook nog eens regelmatig wordt aangepast en veranderd. "Wie het subjectieve karakter van economische feiten niet begrijpt, begrijpt de economie niet", schreef voormalig DNB-directeur Lex Hoogduin op zijn blog.

Over veel van die keuzes kun je uiteraard van mening verschillen. Want zeg het maar:

  • Moet huishoudelijk werk meegerekend worden in het bbp? (Gebeurt nu niet, maar als het wel zou worden gedaan, stijgt het bbp volgens schattingen met 50 procent.)
  • Wanneer ben je werkloos? (Als je minder dan 12 uur werkt, zegt het CBS)
  • Moeten we inkomensongelijkheid meten door de verhouding te nemen tussen topinkomens versus de laagste inkomens, of vooral naar het midden van de verdeling kijken?
  • Is het opbouwen van pensioen 'vermogen', hoewel je dat potje nu niet kunt uitgeven? (Nee, maar er is wel discussie over.)
  • Tellen we de productie van drugs mee in het bbp (dat doen we braaf, volgens nieuwe internationale afspraken), of doen we dat niet? (Frankrijk stribbelt tegen.)

Als feiten al zo subjectief zijn, wat betekent dit dan voor voorspellingen? Daar moeten we nog voorzichtiger mee zijn, is de enige mogelijke conclusie. Een econoom kan verklaren waarom de voorspelling die hij eergisteren deed, gisteren niet is uitgekomen, luidt een bekende grap. Evaluaties van serieuze organisaties als het CPB en het IMF laten steevast zien dat voorspellen heel moeilijk is, en dat veel ramingen ernaast zitten, soms flink ook. Zo zijn de prognoses over de groei in Europa jaar na jaar met een roze bril gemaakt.

Thumbnail

Beleidssuggesties doen op basis van economisch onderzoek is vaak nog lastiger. Een aanbeveling vloeit vrijwel nooit lijnrecht voort uit een analyse, dingen kunnen nooit op maar één manier, en er zijn altijd keuzes en afwegingen. Als je die expliciet maakt en betrekt bij besluitvorming, kan dat de kwaliteit en legitimiteit van beleid alleen maar vergroten.

Hoe kom je aan dat 'feit'?

Maar raken we daarmee niet alle houvast kwijt? Wordt economie dan geen samenraapsel van meningen, waarin iedereen kan roepen wat hij of zij wil zonder dat daar nog een rationeel gesprek over mogelijk is? Dat lijkt ons precies de verkeerde conclusie. Maar wie cijfers en data presenteert, zal moeten kunnen uitleggen waar die vandaan komen, waarom ze belangrijk zijn, en welke keuzes daarbij gemaakt zijn – dát hebben we de afgelopen jaren geleerd. In deze tijden van big data spugen computers binnen mum van tijd nieuwe 'bevindingen' uit. We zullen nóg kritischer moeten zijn op de verantwoording van die nieuwe conclusies. Zoals de Amerikaanse hoogleraar statistiek Victoria Stodden zegt: "Bij elke bevinding die in de publiciteit komt, zou je erop moeten kunnen rekenen dat alle stappen die tot deze kennis hebben geleid, zichtbaar gemaakt kunnen worden, net als de computerprogramma's die de gegevens hebben geanalyseerd. Anders gaan we beslissingen nemen op basis van 'bewijzen' die niemand meer kan doorgronden. Iemand als Piketty laat ons die nieuwe weg zien. Hij stelt al zijn databronnen open. Daarmee stelt hij zich kwetsbaar op en faciliteert hij de kritiek op zijn eigen boek, maar daardoor wordt onze kennis over ongelijkheid wel groter."

Allemaal econoom

Econoom Sylvester Eijffinger, veel in de media, zei in een FD-artikel over 'Twittereconomen' dat ons land dankzij Twitter 17 miljoen economen heeft. Als dat al waar is, merken we daar in elk geval nog te weinig van – dat kan beter! Want omdat economie over keuzes maken gaat, is economie een zaak voor ons allemaal. Economen hebben er vaak een handje van dingen ingewikkeld te maken met wiskunde en moeilijke termen, schrijft Ha-Joon Chang, die pleit voor actief economisch burgerschap. Dat herkennen we. De specifieke terminologie van economen kan nuttig en leuk zijn als je erin thuis bent, en kan – zo werkt dat ook bij andere beroepsgroepen – conversaties tussen economen makkelijker maken. Maar jargon kan ook intimiderend werken en mensen uitsluiten, en dan moet je kunnen uitleggen wat je bedoelt en waarop je dat baseert.

Bescheidenheid

Waarvoor we, dit alles overziend, willen pleiten, is wat meer bescheidenheid van economen. Liever vaker verschillende opties schetsen met daarbij de voor- en nadelen en afwegingen die je kunt maken, dan 'absolute zekerheden en waarheden' debiteren. "If economists could manage to get themselves thought of as humble, competent people on a level with dentists, that would be splendid", zei Keynes al. Dat vraagt van economen dat ze niet alleen inzicht bieden in de beperkingen van hun kennis en claims, maar ook meer oog krijgen voor andere scholen dan de mainstream, voor wat we kunnen leren uit de geschiedenis, en voor samenwerking met andere sociale wetenschappen.

Hoe dan ook is onze belangrijkste conclusie dat we de economie niet aan economen mogen overlaten. Van jou, beste lezer, vraagt dat actief economisch burgerschap. Dat klinkt zwaar, maar het is eigenlijk heel simpel. Je kunt best besluiten je niet met economische adviezen en analyses bezig te houden, maar realiseer je dan ook dat economen en de economische wetenschap zich wél dagelijks met jouw leven bemoeien. En weet ook dat de meeste innovatie, groei en welvaart niet alleen tot stand komt doordat techneuten met ingewikkelde research en development nieuwe uitvindingen doen, maar vooral doordat jij en wij nieuwe dingen proberen op basis van bestaande kennis. Daarom is het van belang dat we allemaal verstand ontwikkelen over de economie, en over de vragen, keuzes en afwegingen die daarin aan de orde zijn. Dat we ons erin verdiepen, nieuwsgierig zijn, en kritische vragen stellen.

Daar willen wij je graag een beetje bij helpen. In deze reeks Economie van Overmorgen nemen we een aantal grote ontwikkelingen onder de loep, waarvan wij denken dat ze grote gevolgen zullen hebben voor onze economie en ons leven. We baseren ons voor deze komende artikelen op onze kennis, achtergrond en ervaringen. We kijken daarbij ook naar inzichten uit wetenschap en beleid, en naar de kennis van mensen uit de praktijk.

Thumbnail

De auteurs
Dit is het eerste artikel in de serie Economie van Overmorgen van RTL Z-verslaggever Hella Hueck en econoom Robert Went (WRR). Op Twitter kun je ze volgen via @went1955 en @hellahueck. De hele reeks is hier te lezen.

 

Colofon
Matthias Pauw: beeldredactie
Frans Mettes: design
Henrico Prins: eindredactie