Economie

Nederland, handelsland: kijk niet naar wat we maken, kijk naar wat we doen

23 november 2015 05:55

Assembled in China: de achterkant van een iPhone. Beeld © iStock

Is de reputatie van Nederland als handelsland terecht? In een korte serie gaat RTL Z-verslaggever Hella Hueck samen met Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) op zoek naar het antwoord. Vandaag aflevering 2: verdienen we ons brood vooral in het buitenland?

Heb je weleens goed naar de achterkant van je iPhone gekeken? 'Designed by Apple in California. Assembled in China', staat daar. Dat ene zinnetje geeft precies de essentie weer van hoe je vandaag de dag naar internationale handel moet kijken: producten worden nauwelijks meer in één land gemaakt. Dat betekent voor de groei en de werkgelegenheid van Nederland dat we niet zozeer moeten kijken naar wát we precies maken, maar naar welke activiteiten onze bedrijven ontplooien.
 
Verkeerde focus
"Wat is ervoor nodig om Apple weer in de Verenigde Staten te laten produceren?" vroeg president Obama jaren geleden tijdens een exclusief diner met de grootste techbedrijven aan de intussen overleden Apple-baas Steve Jobs. Obama hoopte banen te creëren voor met name lageropgeleiden door de productie van al die tientallen miljoenen Apple-producten weer terug te halen naar de VS. Maar dat is helemaal de verkeerde focus.

Vroeger werden producten in één land gemaakt en in een doos of een vat gestopt. Zo exporteerde Nederland in de 17de eeuw haring, zout en textiel, en daar kochten we dan bijvoorbeeld weer graan voor terug. Maar die tijd ligt ver achter ons. De wereldeconomie is steeds meer in waardeketens georganiseerd. Kijk maar naar Apple en de productie van iPhones, iPads en Macs. Die productie vindt plaats in gigantische ketens die de hele wereld beslaan: meer dan een miljoen mensen en honderden leveranciers zijn betrokken bij design, productie, marketing, distributie en klantenservice.

In elkaar schroeven: wat schuift dat?
Wie verdient hoeveel in dat hele proces? Dat is natuurlijk de hamvraag. Het is een paar jaar geleden grondig uitgezocht voor de iPod (zie pagina 54 van dit CBS-rapport). De prijzen zullen ongetwijfeld gedaald zijn met de jaren, maar het gaat om het idee.

Een iPod die – met onderdelen die van over de hele wereld komen – in China in elkaar gesleuteld is, heeft een uitvoerwaarde naar de VS van 150 dollar. Maar nu komt het: van dat bedrag is niet meer dan 4 dollar de waarde die in China is toegevoegd. Alleen die 4 dollars komen in China terecht in lonen en winsten. In China worden onderdelen uit de rest van de wereld in elkaar gezet, op een manier die in Californië bedacht is. Zoveel verdien je dus niet met alleen iets in elkaar schroeven. Bovendien is het werk dat een robot dadelijk ook kan doen.

Terwijl China een paar dollar per apparaat overhield aan Apple-producten die daar werden geassembleerd, boekte Apple het afgelopen kwartaal een winst van 11 miljard dollar. Het bedrijf wist een marge te halen van bijna 40 procent. Het échte geld bij Apple wordt verdient met design, de marketing en R&D in de VS. En door maakbedrijven uit onder andere Japan en de VS, die high-tech onderdelen voor de apparaten maken.

Het antwoord van Steve Jobs

Thumbnail

Steve Jobs had een vrij bot antwoord op de vraag van Obama of de productie weer naar de VS kon komen. "Die banen komen nooit meer terug", zei hij op dat tech-diner. Maar daar hoeven de Amerikanen niet per se rouwig om te zijn, als we zien hoe weinig China aan het in elkaar schroeven van de iPod verdient. Obama had misschien beter kunnen vragen: "Wat kan ik als overheid voor Apple betekenen, zodat je de activiteiten die je wél in Amerika doet nog beter en met meer werkgelegenheid kunt uitvoeren?" Want het werk dat Apple in de VS creëert, is niet alleen hoogwaardiger, maar levert ook veel meer op.

Het besef dat we ook in Nederland op een andere manier naar onze handel moeten kijken, zou wat sneller door mogen dringen bij onze politici. Minister Ploumen van Buitenlandse Handel schreef daar een mooie Kamerbrief over, maar die kreeg nog weinig aandacht. Premier Rutte verkondigde een paar jaar geleden bij een bezoek aan het Verenigd Koninkrijk nog monter dat Nederland 70 procent van zijn welvaart verdient door handel met het buitenland. Als je onze totale export deelt door wat Nederland produceert (het bbp ligt rond de 800 miljard), dan kom je daar inderdaad ruimschoots op. Maar dat zegt helemaal niets over wat we in Nederland aan waarde toevoegen. 

Een nieuw rekensommetje
Als je wilt weten hoeveel we met onze export verdienen, moeten de kosten van de import van grondstoffen en onderdelen die nodig zijn om iets te maken, daarvan worden afgetrokken. Marjolijn Jaarsma en Oscar Lemmers van het CBS rekenden het nog eens voor ons uit, en komen tot de slotsom dat we 32 procent van ons brood met export naar het buitenland verdienen. Geen 70 procent dus – en dat scheelt een behoorlijke slok op een borrel.
 
Dit is het tweede verhaal over de toekomst van Nederland als handelsland: van zondag 22 tot en met zaterdag 28 november elke dag een nieuwe aflevering. Het eerste stuk is, net als eerdere afleveringen uit de reeks Economie van Overmorgen, hier terug te lezen. Morgen: software-ontwikkelaars, marketeers, callcentermedewerkers en alle andere dienstverleners, opgelet! Waarom diensten een veel belangrijker onderdeel uitmaken van onze internationale handel dan we altijd dachten.

Meepraten? Graag!

Thumbnail

Benieuwd naar hoe het verder moet met Nederland als handelsland? Kom dan dinsdag 1 december naar Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, waar de makers van deze serie een avond presenteren waarop wordt afgerekend met mythes, halve waarheden en onjuistheden. Dat doen Hella Hueck en Robert Went met onder anderen Marieke Blom (hoofdeconoom ING Nederland), Marjolijn Jaarsma (onderzoeker internationale handel en globalisering bij het CBS) en Florian Sterk (Dutch Water Partners).
Meer informatie vind je hier.

Bron • RTL Z / Hella Hueck & Robert Went