Economie

Exxon wist al in 1991: alleen hoge CO2-prijs helpt uitstoot omlaag

Joep Westerveld • 05 december 2019 12:36 @joeperman

Klimaatactivisten protesteren tijdens proces tegen ExxonMobil. De oliereus werd aangeklaagd omdat het beleggers zou hebben misleid over de gevolgen van klimaatverandering. Beeld © ANP

De enige manier om CO2-uitstoot te beteugelen is een emissieheffing van minstens 61 euro per ton. Dat berekende een dochterbedrijf van oliereus Exxon in 1991. "Een verbazingwekkend reële prijs."

Het klimaatbeleid stond nog in de kinderschoenen toen het Canadese bedrijf Imperial Oil een onderzoek liet uitvoeren naar het effect van mogelijke milieubelastingen op de economie en de CO2-uitstoot.

Hoge emissieheffing helpt 

Een van de belangrijkste conclusies: geen enkele maatregel zou echt helpen de Canadese CO2-uitstoot omlaag te helpen, behalve een hoge emissieheffing. Het ingehuurde onderzoeksbureau waarschuwde dat zo'n heffing de economische groei serieus zou vertragen.

Volgens het rapport uit 1991 zou de prijs van een ton CO2-uitstoot op ongeveer 55 Canadese dollars moeten liggen om effect te hebben. Als je rekening houdt met de inflatie, zou dat vandaag ongeveer 89 Canadese dollars zijn, omgerekend 61 euro.

Dat is in ieder geval niet gelukt. De gemiddelde CO2-prijs ligt wereldwijd op 1,70 euro.

Vier landen heffen meer

In het Europese systeem voor de handel in emissierechten schommelt de prijs van het recht om een ton CO2 te mogen uitstoten al maanden rond de 25 euro. Veel lidstaten hanteren naast het Europese systeem van emissierechten nog een nationale CO2-heffing.

Zweden gaat daar het verst in. Het land voerde al in 1995 een heffing in, die inmiddels is opgelopen naar omgerekend 112 euro per ton CO2. Het is daarmee het duurste land ter wereld voor uitstotende bedrijven.

Het is ook een van de vier landen ter wereld – samen met Zwitserland, Liechtenstein en Finland – die een heffing hanteren boven de aanbevolen 61 euro uit het rapport van Imperial Oil.

Gemiddelde prijs: 1,70 euro

Het grootste deel van de landen heeft geen systeem voor het beprijzen van CO2. De Wereldbank becijferde vorig jaar dat zeventig van de bijna tweehonderd landen ter wereld zo'n systeem hebben. Zij zijn samen goed voor 15 procent van de wereldwijde uitstoot.

In sommige landen, zoals de VS, zijn het regionale overheden die het voortouw nemen. Californië heeft bijvoorbeeld een eigen beprijzingssysteem en een groep van tien staten in het noordoosten van de VS ook.

Als je wereldwijd de gemiddelde prijs voor een ton CO2 berekent, met 0 euro voor alle landen zonder heffing, kom je uit op 1,70 euro, berekende econoom Michael Greenstone van de Universiteit van Chicago.

'Exxon misleidde beleggers'

Het onderzoek van Imperial Oil haalde destijds niet de krantenkolommen en verdween in publiek toegankelijk archief, samen met een reeks andere documenten van Exxon.

Dinsdag werden ze gepubliceerd door twee Amerikaanse stichtingen die onderzoek doen naar hoe oliemaatschappijen omgaan met klimaatverandering, Desmog en Climate Investigations Center.

De publicatie is saillant omdat er momenteel in New York een rechtszaak loopt tegen Exxon Mobil, dat 70 procent van de aandelen in Imperial Oil bezit. Beleggers sleepten het bedrijf voor de rechter omdat ze vinden dat Exxon hen heeft misleid over de gevolgen van de klimaatverandering.

Verbazingwekkend reële prijs

Reyer Gerlagh, hoogleraar milieueconomie aan de universiteit van Tilburg, noemt de 61 euro uit het rapport 'een verbazingwekkend reële prijs'. Hij legt uit dat een prijs boven de 20 euro – het huidige niveau in de EU – het voor elektriciteitsbedrijven interessant maakt over te stappen van steenkool- naar gascentrales.

Als je wil dat zij uit zichzelf zonder subsidies overstappen van gas op hernieuwbare energie zoals zon of wind, is een prijs nodig van 50 euro of daarboven. En om ook industriële bedrijven te laten overstappen naar duurzamere productiemethoden, is weer een hogere CO2-prijs nodig, zegt de hoogleraar, die meeschreef aan het vorige IPCC-klimaatrapport van de Verenigde Naties.

Een bedrijf als Tata Steel, een van de grootste uitstoters van Nederland, gebruikt bijvoorbeeld steenkool voor de productie van staal. De chemische industrie gebruikt ook veel fossiele brandstoffen, ook als grondstof.

De industrie kan produceren met waterstof die is opgewekt met hernieuwbare energie als vervanger voor steenkool, olie en gas, maar die techniek is nu nog zo duur dat het pas rendabel zou zijn 'vanaf een CO2-prijs van misschien 100 euro'.

Subsidies onnodig maken

"Emissies moeten niet omlaag met procenten, maar met tientallen procenten", zegt Gerlagh. "Bij een prijsniveau boven de 20 euro gaat de CO2-uitstoot met procenten naar beneden, bij een prijs boven de 50 euro heb je het over tientallen procenten. Ik ken weinig studies die zeggen dat we de klimaatdoelen gaan halen met een CO2-prijs onder de 50 euro per ton."

Volgens de milieueconoom kunnen overheden bij een CO2-prijs van 50 euro of hoger een groot deel van de duurzaamheidssubsidies verlagen of afschaffen. Die zijn dan niet meer nodig om investeringen in duurzame technieken rendabel te maken. De meeste economen zijn daarom voorstander van een vloer in de CO2-prijs. Die neemt investeringsonzekerheid weg bij de bedrijven en zorgt daarmee voor lagere emissies met minder kosten.

"Maar uiteindelijk is het doel om niks meer uit te stoten. De EU wil dat in 2050 bereiken. Daarvoor heb je bij de huidige stand van de techniek een prijs nodig van 100 euro of hoger per ton CO2, zegt hij. "Het idee is dat je met een hoge prijs innovatie stimuleert, waardoor duurzame technieken goedkoper worden en de CO2-prijs uiteindelijk weer omlaag kan."

Bron • RTL Z / Joep Westerveld