Economie

Uit de euro? Dan betalen we voortaan met... de euro (of D-mark)

Paul le Clercq • 11 februari 2017 09:47 @Paul_le_Clercq

Beeld © ANP

Als we de gemeenschappelijke euromunt vaarwel zeggen, dan kunnen we natuurlijk de gulden weer invoeren. Maar we hoeven niet te denken dat we dan echt onze 'eigen' munt weer hebben.

We betalen alweer 16 jaar met de euro en jongeren van jonger dan 22 weten eigenlijk niet anders dan dat er euro's zijn. Maar sommigen kijken nog altijd met een warm gevoel terug op de tijd dat we met 'snippen', 'vuurtorens' of 'zonnebloemen' betaalden.

Kunnen we zomaar de gulden weer invoeren, zoals bijvoorbeeld de PVV wil? Nou, voor een klein land met veel buitenlandse handel is het verstandig om je munt te koppelen aan die van je belangrijkste handelspartner. Heftige schommelingen in de wisselkoers maken handel drijven immers lastig. Als je iets voor, zeg, 100 euro verkoopt en de ene keer is dat 105 gulden waard en de volgend keer maar 95, dan kan dat het verschil maken tussen winst en verlies. Je kunt die wijzigingen in de wisselkoers wel afdekken, maar dat kost geld.

Duitsland

Onze belangrijkste handelspartner is al sinds jaar en dag Duitsland. Als we eenzijdig uit de Europese Unie zouden stappen en een eigen munt, bijvoorbeeld de gulden, zouden invoeren, dan is het het verstandigst om die te koppelen aan de munt van Duitsland en dat is... de euro.

''Het is volstrekte waanzin om miljarden euro's schade te nemen door uit de euro te stappen en dan je nieuwe munt weer te koppelen aan de euro'', zegt Wim Boonstra, hoofdeconoom van Rabobank hierover. ''We hebben al vele jaren een monetaire unie met Duitsland.''

Al heel lang de D-mark

Nederland had eigenlijk decennia vóór de invoering van de euro al geen eigen munt meer. We betaalden weliswaar met guldens, maar in feite stond er op onze biljetten: D-mark.

Dat zit zo. Vanwege onze omvangrijke handel met Duitsland was sinds begin jaren zeventig de gulden gekoppeld aan de D-mark. Al bijna een halve eeuw voert onze centrale bank, De Nederlandsche Bank (DNB), dan ook geen eigen beleid meer. Een renteverhoging of -verlaging door de Duitse centrale bank, de Bundesbank, werd onmiddellijk gevolgd door DNB.

Inmiddels hebben we de euro en wordt ons monetaire beleid nog altijd gemaakt in Frankfurt, maar nu hebben wel een stem in het beleid.

Maar onze koppeling aan een andere munt gaat nog veel langer terug. Na de Tweede Wereldoorlog was de waarde van de gulden een tijd gekoppeld aan de dollar en het goud, in het systeem van Bretton Woods. Binnen Bretton Woods ​stond de gulden weer in een vaste verhouding tot de D-mark. 

De 'slang' en EMS

Nadat de Amerikanen de stekker uit Bretton Woods trokken, werd voor de munten van onder meer Nederland en België een vaste verhouding tot de D-mark vastgesteld, binnen de zogeheten valutaslang. Vanaf 1979 volgde het Europees Monetaire Stelsel (EMS). Dat functioneerde tot de euro werd ingevoerd.

Alhoewel we pas in 2002 euro-munten en bankbiljetten kregen, werd de euro feitelijk al in 1999 de euro ingevoerd. Toen nog alleen voor giraal verkeer, maar de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende munten werden destijds wel al definitief vastgesteld. De nationale valuta's van landen die meedoen aan de euro hielden dus al in 1999 feitelijk op te bestaan.

Duitsland is nog altijd economisch gezien het sterkste land binnen de eurozone en daarmee het anker van eerst het EMS en nu de euro. Sinds de invoering van de euro staat er 'euro' op onze biljetten, maar feitelijk betalen we nog altijd met de munt die er in Duitsland bestaat.

Ook indien onverhoopt de eurozone uit elkaar mocht vallen, zou het verstandig zijn om onze munt te koppelen aan die in Duitsland: de D-mark. 

Uit euro is lastig

Het is trouwens niet eenvoudig om uit de euro te stappen. Er is, in tegenstelling tot het verlaten van de Europese Unie, niets voor geregeld. Misschien zouden we wel uit de EU moeten stappen om de euro te verlaten.

In theorie zouden we, als we per se de gulden willen invoeren, kunnen besluiten die gulden níet te koppelen aan de euro. Maar die zou dan waarschijnlijk meteen in waarde dalen, zegt Boonstra. Voor buitenlandse beleggers zou een gulden immers te klein zijn om in te beleggen, ook omdat er waarschijnlijk flinke schommelingen in de wisselkoersen kunnen optreden omdat de gulden maar een kleine munt zou zijn. De gulden zou ook nog eens heel makkelijk te manipuleren zijn door valutaspeculanten, zegt Boonstra. Die schommelingen maken handel drijven minder aantrekkelijk en duurder. We zouden dus een deel van onze welvaart inleveren.

1983

Laten we ook de les van 1983 niet vergeten, zegt Boonstra. Jarenlang volgden we het monetaire beleid van Duitsland, maar in 1983 besloot de toenmalige premier Lubbers om de herwaardering van de D-mark binnen het EMS ten opzichte van alle andere munten slechts gedeeltelijk te volgen. De gedachte was dat een devaluatie ten opzichte van de D-mark onze exportpositie sterker zou maken.

Onno Ruding, toen minister van financiën, ging door de knieën, maar noemde het later zijn stomste beslissing. Nederland verloor het vertrouwen van beleggers en moest de rente verhogen om de waarde van de gulden op peil te houden. Nog jaren lang betaalde de overheid (en dus ook bedrijven en consumenten) een hogere rente op hun schulden.

Meer op rtlz.nl

Bron • RTL Z / Paul le Clercq