Economie

Andere tijden: 12 vragen over overnames en de rol van de politiek

Hella Hueck & Robert Went • 08 juli 2017 08:10

Andere tijden: 12 vragen over overnames en de rol van de politiek
Beeld © ANP

Alsof je water ziet branden. Ceo's van grote bedrijven en VNO-NCW die ineens over elkaar heen rollen om te pleiten voor bescherming van bedrijven tegen buitenlandse overnames. Terwijl zij daar tot voor kort tegenstander van waren, en zelf in het buitenland bedrijven (ver)kopen. Wat is hier aan de hand en waar komt dat vandaan?

Akzo Nobel
77.59
-0.13%

Journalist Hella Hueck en econoom Robert Went (Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid WRR) doken erin en spraken met experts. Zij praten je bij in twaalf vragen en antwoorden.

1. Waarom hebben we het hier NU ineens over met z'n allen?

Het lijkt wel ground hog day. Een keer in de zoveel tijd borrelt de 'uitverkoop-van-Nederland' discussie weer op. In 2006 was de wereld te klein toen activistische aandeelhouders wilden dat industrieel conglomeraat Stork werd opgesplitst. De Hema-rookworst werd plotseling Brits. En Grolsch was ook niet meer van ons.

Zo'n tien jaar later zijn het 'onze kroonjuwelen' Unilever en Akzo Nobel die ineens onder vuur kwamen te liggen. En er gaan geruchten dat ook Philips binnenkort aan de beurt is.

Dat komt volgens hoogleraar economie Hans Schenk, die zich al zo'n dertig jaar met fusies en overnames bezighoudt, omdat we aan het begin staan van een nieuwe fusie- en overnamegolf: "De eerste golf die we hebben kunnen meten was aan het einde van de vorige eeuw. Eind jaren negentig begon de zesde, die eindigde in de dotcomcrash. En nu zitten we in de zevende." In zo'n fusiegolf worden volgens Schenk tien keer zoveel overnames gedaan als in de periode daarvoor.

We hebben dus wel vaker fusiegolven gehad. Maar de spelregels zijn deze keer anders, zeggen werkgeversorganisatie VNO-NCW en ceo's van grote bedrijven. Zij zijn als een blad aan een boom omgeslagen en pleiten om twee redenen voor meer bescherming tegen overnames.

  1. Door het ECB-beleid wordt de rente kunstmatig laag gehouden, waardoor geld lenen spotgoedkoop is geworden.
  2. Het bedrijfsleven maakt zich zorgen over de Amerikaanse president Trump, die een protectionistisch America First-beleid voert.

Met al dat spotgoedkope geld dat de wereld over flitst en die onberekenbare Trump is geen sprake meer van een gelijk speelveld, betogen zij. Omdat andere landen zich beschermen moeten wij dat ook gaan doen. Daarom pleiten oud-topmannen als Jan Hommen (Philips, ING) en Sjoerd Vollebregt (voormalig CEO Stork) voor een bedenktijd van een jaar als beursgenoteerde bedrijven een (vijandig) overnamebod krijgen.

Het zijn inderdaad bijzondere tijden, want Minister Kamp (VVD) heeft er - volledig tegen zijn eigen partijlijn in - wel oren naar om een jaar bedenktijd in te voeren als extra beschermingsmaatregel.

2. Leuk hoor, die ruzies tussen aandeelhouders en ceo's. Maar dit raakt mij verder toch niet?

Het gaat inderdaad vooral over aandeelhouders en aandeelhouderswaarde in deze discussie. Maar wie een pensioen opbouwt, heeft eigenlijk ook aandelen, want daar beleggen de pensioenfondsen deels in.

En als bedrijven fuseren of overnemen zijn er veel meer 'stakeholders' met belangen die op het spel staan. Wat gebeurt er met de werkgelegenheid bij die bedrijven en hun toeleveranciers? Wat zijn de gevolgen voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten (R&D)? Wat gebeurt er met beleid (bij Unilever bijvoorbeeld) om duurzaam te produceren?

En wat zijn de gevolgen voor consumenten en voor de regio's waarin het bedrijf actief is? Voor die maatschappelijke effecten is meer oog sinds we door de crisis van 2008 weer eens hardhandig op de beperkingen van 'de vrije markt' zijn gestuit.

Er speelt een al langer sluimerend gevoel bij veel mensen, beleidsmakers en ook steeds meer politici, dat we door globalisering en Europeanisering te veel controle en zeggenschap over onze eigen economie zijn kwijtgeraakt. Er is veel onvrede en ongemak over de rol en plaats van multinationals.

"Is de onderneming een instrument van de financiële markt aan het worden, met een soort 'kwartetten in bedrijfsonderdelen' als meest extreme manifestatie hiervan?" vraagt hoogleraar Arnoud Boot (tevens lid van de WRR) zich af in een boek over 'de ontwortelde onderneming' dat acht jaar geleden verscheen.

En NRC-journalist Menno Tamminga constateerde in datzelfde jaar in zijn boek 'De uitverkoop van Nederland' dat Nederland de grootst mogelijke moeite heeft 'om zijn belangen te determineren en te behartigen'.

Deze zorgen spelen ook mee in de discussie en wij vinden dat die serieus genomen moeten worden, en niet verward moeten worden met – of weggezet worden als – een plat nationalistisch 'Oranje-gevoel'. Bovendien zijn we de laatste decennia veel meer te weten gekomen over de nadelige effecten van fusies en overnames.

3. Welke kans is groter: dat je huwelijk strandt of dat een fusie mislukt?

Bezint eer je begint: van alle huwelijken loopt zo'n 40 procent op de klippen. Maar de kans dat een fusie van bedrijven mislukt is stukken groter. Uit meer dan honderd verschillende onderzoeken die zijn gedaan in Europa, de Verenigde Staten en Japan blijkt dat tussen 65 en 85 procent van de overnames mislukt, en dat daarbij aandeelhouderswaarde vernietigd wordt.

Hoogleraar economie aan de Universiteit van Utrecht en kroonlid bij de Sociaal Economische Raad (SER) Hans Schenk: "Deze conclusies zijn vaak gewoon ontkend. Dan hoor je: ach, die economen in hun ivoren toren, wat weten die er nou van met hun modellen? Maar als je steeds dezelfde uitkomsten krijgt, ga je wel een beetje geloven in je model. En na dertig jaar onderzoek dringt die kennis nu ook eindelijk door tot minister Kamp."

Er zijn echter maar een paar ceo's in de wereld die dat ook zo zien en zeer terughoudend zijn in de overname-ratrace. Jonas Prising van Manpower is zo'n topman die zich niet laat gek maken: "Ik loop bijna twintig jaar rond in de uitzendwereld en heb verschillende consolidatiegolven meegemaakt. Ik blijf me verbazen hoeveel kapitaal bedrijven in deze branche vernietigen met ondoordachte overnames."

4. Is er geen sprake van overdreven angst? AkzoNobel is al nauwelijks meer Nederlands?

Dat klopt, AkzoNobel is een multinational die zaken doet over de hele wereld. Als je kijkt naar de omzet of naar het aantal werknemers is het Nederlandse aandeel maar zo'n 10 procent van het grote geheel.

Maar het hoofdkantoor van AkzoNobel staat in Amsterdam. En we weten uit cijfers van het CBS dat bedrijven met een buitenlandse moeder sneller activiteiten naar het buitenland verplaatsen dan bedrijven die Nederlands zijn. Van de grote bedrijven met een moeder binnen de Europese Unie heeft 24 procent in de periode 2009-2011 activiteiten naar het buitenland verplaatst. Bij bedrijven buiten de Europese Unie is dat 26 procent. Voor Nederlandse bedrijven is dit maar 8 procent. 

Het CBS komt eind van dit jaar met resultaten over de afgelopen jaren. maar volgens de onderzoekers is dit structureel. Zij verwachten niet dat nieuwe cijfers een hele andere trend zullen laten zien.

Ten tweede: wanneer een bedrijf als Akzo overgenomen wordt (voor waarschijnlijk veel te veel geld - zie hieronder) en activiteiten verplaatst of reorganiseert, dan zullen ook alle toeleveranciers dat merken. Tegenwoordig zijn veel diensten die vroeger onderdeel waren van het bedrijf zelf uitbesteed. Denk aan de catering, beveiliging, schoonmakers, etc.

En grote bedrijven hebben ook advocaten, accountants en IT-ers nodig die worden ingehuurd. In de sector industrie zie je bijvoorbeeld dat een kleine 13 procent van de totale bruto toegevoegde waarde voor rekening komt van de industrie. Maar als we ook de toeleveranciers meerekenen, komt dat aandeel volgens het CBS op zo'n 120 miljard euro - dat is 20 procent van alle toegevoegde waarde in de bedrijfstakken. Het belang voor Nederland van bedrijven als AkzoNobel en Unilever is dus veel groter dan alleen het bedrijf zelf.

Ten derde is het zeer twijfelachtig of die fusies en overnames wel groei opleveren voor de Nederlandse samenleving. Expert Hans Schenk zei al dat gemiddeld 75 procent van de fusies niets toevoegt. Sterker nog: er wordt waarde vernietigd. En vooral grote, beursgenoteerde bedrijven kunnen een grote impact hebben op de economie.

Schenk rekent het even voor: "In de laatste fusiegolf hebben de VS en Europa samen 12.000 miljard dollar besteed aan overnames. Laten we zeggen dat de helft niet goed besteed is, dan ben ik aan de milde kant. Dan praten we over een verlies van 6000 miljard dollar. Dat is zo'n groot bedrag dat het 1 procent verlies van je BBP zou kunnen zijn."

"Dat kan genoeg zijn om een economie in een recessie te brengen", vervolgt Schenk. Want als een verlies afgeboekt moet worden, moet iemand dat verlies nemen in de reële economie, legt hij uit. "De bank bijvoorbeeld en dat kan weer effect hebben op het verstrekken van hypotheken. Of het bedrijf dat de veel te dure overname heeft gedaan moet reorganiseren en mensen ontslaan."

5. Maar wij nemen toch zelf ook heel veel bedrijven in het buitenland over?

Dat klopt. Dat argument wordt ook vaak naar voren gebracht in de discussie als mensen bezwaren hebben dat onze 'kroonjuwelen' versjachert worden. Wij doen precies hetzelfde! Hoe dacht je anders dat Akzo zo groot geworden is?

Maar de vraag moet zijn: wat voor waarde - of het nou een Nederlands bedrijf is dat overneemt of een Nederlands bedrijf dat overgenomen wordt - wordt daarmee uiteindelijk toegevoegd? Bar weinig vaak, blijkt uit onderstaande voorbeelden. 

1999:

  • KPN koopt voor (omgerekend) 20 miljard euro het Duitse E-Plus. 
  • In 2002 schrijft KPN 13,7 miljard af omdat het bedrijf veel minder waard blijkt te zijn. 
  • In 2013 wordt Eplus aan Telefonica verkocht. KPN boekt nog eens 3,7 miljard af. 
  • In totaal heeft KPN dus 17,4 miljard teveel betaald.

2000 - 2003:

  • Numico wil behalve in babyvoeding ook in de vitaminepreparaten en koopt drie Amerikaanse bedrijven voor 4,5 miljard. 
  • Daar schrijft het een paar jaar later alweer 1,6 miljard op af. 

2007: 

  • AkzoNobel koopt voor 11,8 miljard het Britse ICI. 
  • Na twee jaar wordt 3,7 miljard afgeboekt. 

6. Haha... dus we gaan helemaal geen fusies of overnames meer doen? Get real!

We zien in deze discussie dat heftig wordt gepleit voor meer bescherming, terwijl anderen stellen dat het beschermen van beursgenoteerde bedrijven niet nodig is of zelfs contraproductief, en onze economie schade toe zal brengen.

Er zijn veel stevige meningen, maar zoals Arnoud Boot in het FD al schreef: "Wie investeerders louter als aasgieren ziet is verkeerd bezig. En wie het bestuur ziet als moeder Theresa is ook niet van deze planeet. Maar het ontkennen van het bestaan van een wereld van flitskapitaal is evenzeer onzinnig."

Wat te doen? Helaas is er geen algemeen geldige en aanvaarde theorie of praktijk over wat de adequate bescherming is van een onderneming. We zouden graag een panklaar antwoord hebben, maar dat is er dus niet.

Het wordt een zoektocht naar welke bescherming het beste bij Nederland past, en daarom is het goed dat we deze discussie nu hebben. Minister Kamp heeft een voorstel gedaan waar de politiek zich over buigt. In die discussie komen vanuit verschillende visies op de toekomst van onze economie ook andere voorstellen en ideeën naar voren. Zoals het geven van meer invloed aan werknemers op besluiten over overnames.

Ook Hans Schenk trekt de discussie breder: "Als je weet dat de kans heel groot is dat een overname sowieso mislukt, maakt het niet zoveel uit of het bod vijandig is of niet. Ik heb het niet over al die kleine bedrijven. Die hebben niet zo'n impact op de economie als het fout gaat. Maar die grote wel."

Schenk legt de grens bij overnames vanaf 500 miljoen euro. "Die zou je moeten voorleggen aan een toetsingscommissie die kijkt naar het breder maatschappelijk belang. De directie moet aan de toetsingscommissie uitleggen hoe al die mooie schaalvoordelen bereikt worden. En of dat écht plausibel is", betoogt hij. "Als je al die mooie beloftes binnen vijf jaar niet gerealiseerd hebt, moet de fusie ongedaan gemaakt worden. Ik denk dat een maatschappelijke toets samen met een jaar bedenktijd een grote vooruitgang is. Je haalt dan alle speculatie uit de markt."

Wat Schenk voorstelt is in Duitland al doorgevoerd: daar worden overnames van 400 miljoen euro of meer onder de loep genomen. Italië, Frankrijk en Duitsland willen ook graag dat de Europese Commissie nadenkt hoe strategische, tenchologische bedrijven beter beschermd kunnen worden.

7. Dus we moeten het over de toekomst van onze economie hebben?

Ja! De zoektocht naar welke bescherming Nederland nodig heeft, raakt een veel grotere en belangrijkere vraag: wat voor economie willen we in de toekomst hebben? Dat soort vragen zijn niet meer zo vaak gesteld de afgelopen tijd, maar moeten weer op de agenda komen.

Het regent artikelen en analyses over de onvrede en onrust over hoe het economisch en sociaal met ons gaat – denk ook even aan Brexit en de verkiezing van Trump – en het neoliberalisme wordt wekelijks doodverklaard (zie bijvoorbeeld dit artikel in The New York Times).

Andere landen vragen zich wel af hoe het verder moet met hun economie, of kennen al langer een actievere rol voor de overheid in de economie. Grote landen als Frankrijk en Duitsland hebben een industriepolitiek, schreven verschillende kranten afgelopen tijd.

"Er lijkt nu een einde te komen aan Nederland als braafste jongetje van de klas als het om het eigen bedrijfsleven gaat", schreef NRC Handelsblad onlangs. "Jarenlang was de opstelling van de politiek: wij gaan er niet over, laat de vrije markt z'n werk doen. Inmiddels beweegt Nederland in de richting van EU-lidstaten als Frankrijk en Italië, die een stuk minder gene kennen bij de bescherming van eigen economische belangen."

8. Maar dat zijn landen die heel protectionistisch zijn en zelf niet zo hard groeien? Zo'n overheid die zich overal mee bemoeit moet je toch niet willen?

Het is veel breder dan dat. Trump, wat je ook van de man en zijn voorstellen vindt, wil ook een actievere overheid. En voor wie nu nog steeds twijfelt: zelfs in het land van Margaret Thatcher wil de conservatieve premier Theresa May een nieuwe industriepolitiek. De regering publiceerde daar een dik green paper met een voorwoord van de premier, waarin zij schrijft dat 'een moderne industriële strategie' nodig is.

May wil "een nieuwe benadering voor de regering, die niet afzijdig moet blijven om de bedrijven hun gang te laten gaan maar een nieuwe actieve rol moet spelen." Over wat dit betekent is door de regering een publieke consultatie gestart, en in dat kader is onder andere de onafhankelijke Industrial Strategy Commission opgericht. Die commissie komt binnenkort met een eerste advies.

9. OMG: terug in de tijd! Van industriepolitiek kan toch niks goeds komen?

De term 'industriepolitiek' moeten we misschien maar niet te veel gebruiken. Bereid je voor op misprijzende blikken en afkeurend gemompel als je dat woord in een gesprek met economen laat vallen. Overheden zijn niet beter dan marktpartijen in het kiezen van successen, zul je te horen krijgen, dus je loopt het risico dat belastinggeld gaat naar losers in plaats van naar winners.

En er werden in het verleden inderdaad honderden miljoenen verloren (zie bijvoorbeeld RSV) aan ten dode opgeschreven bedrijven of sectoren. Daaruit hebben velen de conclusie getrokken dat de overheid zich verre moet houden van actieve bemoeienis met de structuur van de economie. Ten onrechte.

Want je kunt ook doorslaan en te naïef zijn over hoe de markt alles goed voor ons zal organiseren en oplossen. De bekende Italiaanse econoom Mariana Mazzucato, die ook al eens bij minister Kamp op de koffie is uitgenodigd, timmert hard aan de weg met onderzoek dat laat zien dat zo ongeveer de hele iPhone tot stand is gekomen dankzij overheidssubsidies en -onderzoek.

Econoom Ha-Joon Chang wijst op andere voorbeelden. "Another example of supporting world class companies was the Korean government's early support of Samsung electronics. Why do the Japanese excel at manufacturing cars? Why does Latin America excel at coffee?" 

Mazzucato en vele anderen pleiten voor een actieve rol van de overheid bij het oplossen van grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de vergroening van de economie en de aanpassingen die de 'verzilvering' van de bevolking vragen.

EU-commissaris Carlos Moedas, die binnen Europa over onderzoek, wetenschap en innovatie gaat, haalt haar tegenwoordig regelmatig instemmend aan: "As Mariana Mazzucato says: Innovation-led growth is not just about fixing a market failure but also about setting direction and creating new markets. If you just tackle the market failure you can head into the wrong direction."

10. Dus we hebben een visie nodig? Daar zal premier Rutte blij van worden...

Ja, het is niet anders. Het is belangrijk dat de overheid een visie ontwikkelt op de toekomst van de het land en de economie, stelt Diane Coyle. Deze sympathieke Britse topeconoom is lid van de commissie die de Britse regering gaat adviseren. We gingen naar Londen om alvast een kleine preview van haar te horen over de ideeën van deze commissie.

Industriepolitiek is volgens haar een verkeerd woord. "We moeten het namelijk niet alleen over de toekomst van de industrie maar over die van de hele economie hebben", aldus Coyle. En misschien wel haar belangrijkste punt: het gaat dan niet om een lijst maatregelen waarmee je bepaalde sectoren of bedrijven gaat steunen met mooie subsidies. "Er is zeker geld nodig, maar de overheid kan vaak ook al een rol spelen door partijen bij elkaar te brengen."

"Wat je daarvoor wel nodig hebt, is een visie op de toekomst van het land", zegt Coyle. "En dan moet je het over economisch structuurbeleid gaan hebben. En over een agenda om de kwakkelende productiviteitsgroei te vergroten.  Want helaaas: innovaties zoals de iPhone hebben niet tot een explosie van productiviteit geleid. De productiviteit verhogen is niet makkelijk, alle rijke landen worstelen ermee."

Wat ons ook erg aanspreekt is Coyle's argument dat er eigenlijk geen keus is. Ook als je denkt of claimt dat je land niet aan industriepolitiek doet, dan doe je dat de facto wel. Je maakt namelijk keuzes en doet sommige dingen wel en andere dingen niet.

Zo zijn we bijvoorbeeld aan de veel te grote financiële sector gekomen die ons in 2008 en jaren daarna de das om heeft gedaan. Geen expliciete visie leidt ook tot keuzes, maar dan ad hoc, en je bent gevoeliger voor lobbies. Dan kun je maar beter expliciet keuzes maken, en controleerbaar.

Het VNO-NCW is altijd goed in het maken van grote plannen, zoals NL Next Level. Die rapporten worden met flair en optimisme in de pers gepresenteerd en trekken veel aandacht. Zulke inspanningen verdienen een goed debat en serieuze concurrentie van plannen en voorstellen van andere stakeholders en betrokkenen. Dan kunnen de politiek en wij allemaal beter onderbouwd afwegen en bepalen welke kant we op willen gaan.

Ook bij moderne industriepolitiek zal wel eens wat misgaan, dat gebeurt in bedrijven ook dagelijks. Daar moet je niet van schrikken, of gelijk Kamervragen over stellen, maar dat moet je wel goed evalueren. Om dat te kunnen doen moet je wel doelen formuleren en instrumenten inzetten die evalueerbaar zijn. Dan kun je leren van fouten en successen voor de toekomst.

11. Kunnen jullie het nog wat concreter voor me maken: waar zou die moderne industriepolitiek zoal uit moeten bestaan?

We kunnen er binnenkort meer over lezen in het rapport van de Britse Industrial Strategy Commission, maar Diane Coyle schetst vast een paar hoofdlijnen.

Om te beginnen: het idee dat 'de overheid' en 'de markt' twee hele verschillende domeinen zijn is allang achterhaald. De overheid kan en moet verantwoordelijkheden op zich nemen die voor het bedrijfsleven te risicovol zijn. Zo zal een bedrijf minder snel investeren in fundamentele wetenschap omdat het lastig in te schatten is of die investeringen zich snel uitbetalen. Ook kan de overheid een rol spelen in het beheersen van risico's, want zij kan op de kapitaalmarkt geld aantrekken voor een lager rentepercentage dan bedrijven.

Wat je in elk geval niet moet doen, zegt Coyle, is de gevestigde orde op je thuismarkt beschermen. Overheden hebben vaak de neiging dat te doen, en dat zijn ook de bedrijven die een sterke lobby hebben bij de regering, vertelt zij.

"Maar innovatie komt vaak niet bij die gevestigde orde vandaan, kijk maar naar de auto-industrie", aldus Coyle. Dat is een belangrijke sector met veel banen, die zorgt voor veel export en een hoge productiviteit. In de hele waardeketen komen nieuwe bedrijven op die bezig zijn met het ontwikkelen van elektrische auto's en batterijen.

"Je moet daarom ook een open economie hebben zodat buitenlandse bedrijven zich makkelijk kunnen vestigen. Multinationals zijn veel productiever. Nissan en Toyota hebben ons land veel gebracht. De auto-industrie in het Verenigd Koninkrijk bestaat vooral uit buitenlandse bedrijven, maar het is een van onze meest productieve sectoren", analyseert Coyle.

"Je moet ook nadenken wat voor buitenlandse investeringen je wil aantrekken en daarbij zou het niet alleen om de werkgelegenheid moeten gaan", zegt Coyle. "Je moet kijken of ze goed zijn voor de ontwikkeling van je productiviteit."

12. En hoe beoordeel je dan wat je wel en niet moet doen?

Dat is niet altijd makkelijk. Kosten-baten analyses zijn vaak ongeschikt om daar een beslissing over te nemen, zegt Coyle. Zo'n analyse kijkt namelijk naar incrementele veranderingen, en niet naar de grote. Maar met een groot project wil je het gedrag van mensen veranderen.

Stel dat je een hogesnelheidstrein aan wil leggen van Groningen naar de Randstad. Hoe bereken je de baten daarvan? De verandering is heel groot als het werkt. Je krijgt misschien een achtergestelde regio met een nieuwe weg of trein productief, omdat daardoor meer mensen daar naartoe gaan, en er nieuwe economische activiteiten ontstaan. Hoe neem je dat – een onzeker effect – mee in zo'n berekening?

In de manier waarop we nu naar beslissingen kijken, zit bovendien een 'winners takes all'-dynamiek, legt Coyle uit. "Je hebt geen onbeperkte middelen, dus wat ga je doen: een nieuw spoor in Londen aanleggen of doe je dat in een regio die achterblijft? Een nieuw treinspoor levert altijd meer op in Londen. Daar verdienen de mensen meer, kunnen de kaartjes duurder zijn, en heb je de investering sneller terugverdiend dan wanneer je een spoor in het noorden van Engeland aanlegt. En in de regio gebeurt dan dus niks meer als je niet uitkijkt."

Daarmee komen we als vanzelf bij de verschillen binnen een land en regionale ontwikkeling. "In de jaren ‘80 raakten veel mensen die vaste banen en fatsoenlijke lonen hadden ineens hun werk kwijt door de de-industrialisatie", zegt Coyle.

"Er was geen enkel beleid om die mensen weer naar nieuw werk te begeleiden. Het sluiten van de fabrieken en de mijnen was geconcentreerd in bepaalde gebieden in Engeland. Hun kinderen kregen ook geen werk, de huizen en gemeenschappen gingen achteruit, en daar kwamen ze niet meer uit. Dat kwam door globalisering en automatisering, maar we hadden veel meer op kunnen vangen als we daar beleid voor hadden gehad."

"Je hebt een kritische massa met een bepaald voorzieningenniveau nodig voor een stad in een regio, zodat getalenteerde jongeren daar willen blijven wonen en bedrijven zich er willen vestigen. Je hebt in ieder geval goede infrastructuur nodig, mensen met de juiste opleiding – dat is niet per se een hoge opleiding trouwens – en ook goede voorzieningen, zoals een ziekenhuis en een theater. En misschien ook wel een vliegveld waarmee je direct naar China kunt vliegen. Wat je moet doen verschilt van geval en we zijn nog zoekende naar de juiste weg. Maar het korte antwoord is dat de overheid in elk geval geld moet uitgeven."

Het zijn prikkelende ideeën en gedachten en we kijken uit naar het rapport van de commissie en de verdere discussie in de het VK. Ben je positief over de toekomst van je land, vragen we tot slot aan Diane Coyle? "Nee het wordt afgrijselijk met de Brexit, maar juist daarom moeten we hier des te harder aan werken."

Pfff…. lang verhaal. Is er tot slot ook nog een toepasselijk muziekje?

Bron • RTL Z

Gerelateerde artikelen