Binnenland

Zo werkt de spannende strijd om een windmolenpark

Frederieke Hegger • 22 januari 2017 14:52 @frederiekeh

Zo werkt de spannende strijd om een windmolenpark
Het windmolenpark voor de kust van IJmuiden. Beeld © ANP

Nederland stampt in rap tempo vijf mega-windparken uit de grond. Rond elk park woedt een strijd tussen vele bedrijven, die maar door één partij gewonnen kan worden.

Royal Dutch Shell A
26.24
0.21%

In 2023 moeten ze er zijn: de vijf grote windmolenparken in onze Noordzee. Elk park gaat goed zijn voor 700 MW; per park worden daarmee zo'n 1 miljoen huishoudens van elektriciteit voorzien.

In het afgelopen half jaar is duidelijk geworden welke bedrijven de eerste twee windmolenparken gaan bouwen: energiebedrijf Dong won de eerste strijd, een consortium van onder meer Shell en Eneco de tweede. Maar hoe verloopt zo'n strijd precies?

Fase 1: van bommen tot heulen met 'de vijand'

De Nederlandse overheid doet een hoop voorbereidend werk, vertelt Jasper Vis, Nederlandse baas van energiebedrijf Dong. "Zij bepalen de locaties, doen bodemonderzoek en schrijven de vergunningen uit."

Bij dat bodemonderzoek hoort ook het lokaliseren van bommen, weet Eneco-woordvoerder Toby Ellson te vertellen. "Van de Noordzee is bekend dat het een soort massagraf is van Tweede Wereldoorlogbommen en -granaten. De overheid heeft al in kaart gebracht waar die bommen liggen. Dat scheelt een hoop tijd. Als je wint moet je wel zelf van die bommen afkomen."

Lange voorbereiding voor een bod

Na deze noodzakelijke to do's van de overheid, zijn de bedrijven aan zet. De organisaties die strijden om het park, 26 stuks bij de tweede tender, toveren hun plan en bijbehorend bod niet zomaar uit de hoge hoed. Bij Dong zijn ze een jaar bezig geweest met de voorbereiding van de tender. "Je moet bepalen wat voor windturbines je wilt, hoe je de bekabeling legt, wat het gaat kosten. Daar gaat veel werk in zitten."

Het ene bedrijf besluit de strijd in zijn eentje te voeren, de ander in een groepje. Zo deed energiebedrijf Eneco dat met vier andere partijen. Sommige partners in crime waren 'inkoppertjes', aldus Ellson. "Zoals offshorebedrijf Van Oord, het Japanse Mitsubishi/DGE en windturbinemaker Vestas. Daar werkten we eerder mee samen."

Maar er zat ook een partij bij die veel minder logisch was. "Ja de grote vraag is natuurlijk: waarom Shell? Zij hebben een fossiele achtergrond, wij zijn duurzaam. Maar waarom niet? Shell wil graag, waarom dan niet kijken naar de mogelijkheden in plaats van te blijven hangen in onmogelijkheden? Voor een succesvolle transitie naar een duurzame samenleving moeten alle partijen kunnen meedoen."

Fase 2: de dood of de gladiolen

De aller- allerspannendste fase draait om het bod: de prijs die het bedrijf vraagt per kilowattuur. Stel dat een bedrijf - zoals Dong - 7,27 cent per kilowattuur vraagt, en het bedrijf verkoopt de stroom voor 3 cent per kilowattuur op de elektriciteitsmarkt, dan krijgt Dong het overgebleven bedrag van de overheid. Ergo: hoe lager het geboden bedrag, hoe beter het is voor de staatskas. 

De partijen die meedoen hebben geen enkel idee welk bod hun tegenstanders zullen uitbrengen. En een tweede bod is geen optie. Het is dus de kunst om zo laag mogelijk te bieden, maar niet zo laag dat het financieel onhaalbaar wordt.

Geduld is een schone zaak

Wie eenmaal een bod heeft uitgebracht moet daarna nog wel even geduld hebben. De overheid maakt deze  tussenfase tergend spannend, door gedurende enkele maanden na te gaan of geboden prijzen ook gekoppeld zijn aan reële plannen. "Als jij geen windmolens maar onderwatermolens wil bouwen voor 2 cent per kilowattuur, dan kom je er natuurlijk niet doorheen," aldus Vis.

Voor één bedrijf wordt het lange wachten beloond. Win je niet, en die kans is groot met zoveel tegenstanders, dan is een jaar voorbereidend werk voor niks geweest. "Ja dat is heel gek," zegt Vis. "Voor iedereen is het dan afgelopen, behalve voor één projectteam." Shell deed bijvoorbeeld ook al mee in de race om de eerste tender, maar kwam met lege handen thuis.

Fase 3: betalen en bouwen

Heb je het verlossende woord dan eindelijk binnen, dan begint het echte werk pas. Maar het kan - in theorie - ook nog klappen. De winnaar van de tender moet eerst nog even toewerken naar de 'financial close':  een definitief besluit van de winnende partij om het windpark ook definitief te bouwen. Dit besluit kan pas genomen worden als alle contracten met onderaannemers en leveranciers zijn ondertekend, de financiering van het project is vastgelegd en de rente is afgedekt met een hedge. Dan kan de bouw van het park feitelijk beginnen.

Dong mag dan in zijn eentje hebben gestreden voor de tender, de bouw van het windmolenpark doet het allesbehalve alleen. Het energiebedrijf is de ontwikkelaar van het project en huurt de daarvoor verschillende bedrijven in. 

Eigen taak en eigen belang

Bij het consortium van Eneco gaat dat anders. Elke partij heeft zo zijn eigen taak en belang in het windpark. Van Oord is de aannemer op zee en doet bijvoorbeeld het coördinerende werk, Eneco zit er in voor de opgewekte elektriciteit. Elk bedrijf heeft naar rato geld ingelegd voor de start van de bouw, en ook de opbrengsten worden verdeeld. Hoe die verhoudingen liggen is uiterst geheim, benadrukt de woordvoerder.

Het klinkt allemaal behoorlijk spannend, maar Vis ligt - door ervaring in het vak - niet meer wakker van zo'n biedingsstrijd. Eén ding blijft hem wel bij van het afgelopen jaar: de kostenreductie van duurzame energie gaat nog veel sneller dan gedacht. 7,27 cent per kilowattuur - de uitkomst van de strijd die hij won - is bijzonder laag. En die van de tweede lag nóg lager. 

Bron • RTL Z

Gerelateerde artikelen