Binnenland

Veel moed en een dosis geluk: Ernst (92) overleefde vier concentratiekampen

Esther Maas • 26 januari 2020 07:35 @esthermaas

Ernst Verduin Beeld © Peter van der Struijs

Hij is één van de laatsten in Nederland die kan navertellen hoe het was om in een concentratiekamp te zitten. Ernst Verduin werd tijdens WOII samen met zijn ouders en zusje naar Kamp Vught gestuurd, en belandde daarna via Westerbork in Auschwitz en later ook Buchenwald. Na de oorlog lijkt hij de enige uit het gezin die niet is omgekomen. Maar dan blijkt dat zijn moeder nog leeft. "Het is niet te beschrijven wat ik voelde toen ik dat hoorde. Het was ongelooflijk."

RTL Nieuws spreekt Ernst aan de vooravond van de Auschwitz-herdenking. Morgen is het 75 jaar geleden dat Auschwitz bevrijd werd. Ernst ontsnapte aan de gaskamers, naar zeggen door zijn hersens te gebruiken en een flinke dosis geluk.

De geur van verbrande lijken

Hij zag de verschrikkingen van de holocaust met zijn eigen ogen, maar vertelt er ogenschijnlijk kalm over. "Natuurlijk heb ik vreselijke dingen gezien. Er werden mensen opgehangen, maar soms waren die niet meteen dood als het plankje werd weggetrokken. Dan moest er iemand aan zijn benen gaan hangen om te zorgen dat ze alsnog stierven", zegt hij. "Ook werden mensen op de bok gelegd, en werden hun benen en billen kapotgeslagen."

"Als ze lijken aan het verbranden waren, dan rook ik dat", gaat hij verder.

Hoe hij met die verschrikkingen omging? "Ik registreerde het, maar drukte het ook weg. Dat was nodig om te kunnen overleven."

Zwarte uniformen

De oorlog begon voor Ernst in de zomer van 1942. Hij zat op zijn kamer huiswerk te maken, toen Nederlandse agenten in zwart uniform hun huis in Bussum binnen kwamen stormen. Het gezin werd gedwongen naar een ghetto in Amsterdam te verhuizen.

Erns Verduin als kind, tijdens het maken van zijn huiswerk Beeld © Ernst Verduin

Hoewel het gezin onderduikadressen regelde en valse papieren had klaarliggen, werden ze in januari 1943 tóch opgepakt en naar Kamp Vught gebracht. "Ik was als tiener goed op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde, dat het oorlog was. Toen wij naar Vught moesten, wist ik al hoe laat het was."

In Kamp Vught vertelde een SS'er hen wat ze te wachten staat in Auschwitz. "Hij vertelde over de selectieprocedure en dat het in een gaskamer wel 20 minuten kon duren voordat je dood was. En dat mensen die dan per ongeluk nog leefden, doodgeknuppeld moesten worden. Volgens mij deed hij dat om ons te waarschuwen."

Warm afscheid

Dit verhaal bleek later cruciaal voor Verduin, die in Kamp Vught ernstig ziek werd. Op een dag hoorde hij dat hij en zijn zusje overgebracht zouden worden naar Westerbork. Dat betekende dat ze afscheid moesten nemen van hun moeder.

"Van dat afscheid zelf weet ik bijna niets meer. Dat heb ik misschien verdrongen", vertelt hij. Maar aan de avond en nacht ervoor heeft hij warme herinneringen. "Ik en mijn zus Wanda hebben toen de hele nacht met mijn moeder gepraat. Over wat het leven inhield, wat het betekende. Het was een afscheidsgesprek, absoluut, maar het was tegelijkertijd heel mooi. We hadden alle drie het idee dat we het niet zouden overleven."

Foute boel

Ernst en Wanda werden op de trein naar Westerbork gezet. Daar bleven ze maar kort, al snel moesten ze verder, naar Auschwitz. "Ik wist wat dat betekende, dat het een vernietigingskamp was. Dit was foute boel."

Ernst overleefde Auschwitz, maar de littekens verdwijnen nooit:

Ernst (92) mist zijn vader en zus nog altijd. Zijn moeder had, net als Ernst, geluk.

Van de treinreis naar Auschwitz herinnert hij zich flarden. "Ik was heel ziek geweest in Vught, dus ik heb een groot deel van de reis geslapen. Ik herinner me nog wel dat sommige stelletjes aan het vrijen waren in de trein, en dat anderen daarover mopperden. Maar die kregen dan vervolgens te horen: 'Mens, maak je niet druk, over een paar dagen ben je dood'."

Toch was niet iedereen daarvan overtuigd. "Natuurlijk kenden we de verhalen van de gaskamers, maar er waren ook mensen die niet geloofden dat zoiets bestond. Het was een hele bizarre tijd."

In de foute groep

Ernst wist wél wat hem te wachten stond, dankzij het verhaal van de SS'er in Vught. "Meteen bij aankomst in Auschwitz werden de mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen. De ouderen en zwakkeren werden eruit gepikt. Toen ik dat zag wist ik: die gaan naar de gaskamers."

Tot zijn schrik werd Ernst, die door zijn ziekte ook verzwakt was, ook in die groep ingedeeld. "Ik zei nog tegen die SS'er dat ik pas 18 was, niet dood wilde, wilde werken en vloeiend Duits sprak." Maar daar had de officier geen boodschap aan. "Die kant op, zei hij. Wijzend naar de groep die de gaskamers in moest."

Oversteek

Toch liet Ernst het er niet bij zitten. Voetje voor voetje schuifelde hij naar voren in de zwakkere groep, om dichter in de buurt te komen van de groep die wél mocht werken. En op een onbewaakt moment wist hij de oversteek te maken. "Ik moest heel snel beslissen. Er stonden een aantal SS'ers die de groepen moesten bewaken, maar het is toch gelukt."

Ernst tijdens zijn jeugd, vóór de oorlog Beeld © Eigen foto
Ernst Verduin tijdens het interview. Beeld © RTL Nieuws / Peter van Struijs

En met die beslissing heeft hij waarschijnlijk zijn eigen leven weten te redden. 

Wat niet betekende dat hij een makkelijke toekomst tegemoet ging. "We werden in het werkkamp van Auschwitz geplaatst, Monowitz. Daar aangekomen werden we geschoren en kregen we een gestreept pak aan. We moesten werken aan een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Zandzakken sjouwen, dat soort dingen."

'Schiet dan maar gewoon'

Op een dag kreeg Ernst het aan de stok met een SS'er. "Ik liep niet snel genoeg, zoiets was de reden." De officier zei dat Ernst voortaan 100 kilo moest gaan dragen. "Ik wist dat ik dan door mijn rug zou gaan, een hernia zou krijgen. En dat betekende dat je niet meer kon werken, en dus dat zou mijn dood worden."

Dus Ernst weigerde. "Ik zei dat ik niet dood wilde. Maar dat als hij me dood wilde hebben, dat hij maar gewoon moest schieten." Dat deed de officier niet. "Tja, gek genoeg waren die Duitsers in sommige dingen dan weer 'ganz punktlich'. Hij kon natuurlijk niet zomaar van het werkterrein terugkomen met één man minder."

Goede herinnering

Gek genoeg heeft Ernst ook goede herinneringen aan sommige SS'ers. "Veel van hen zaten daar ook niet uit vrije wil", vertelt hij. Hij herinnert zich het moment dat een officier hem van zijn leidinggevende moest straffen, omdat Ernst iets verkeerds zou hebben gezegd.

"Toen sloeg hij me met zijn handschoenen in mijn gezicht. Het gekke was, ik voelde er bijna niets van, terwijl ik wel hele harde klappen hoorde. Later bleek dat de SS'er met zijn zweep tegen zijn eigen laars sloeg op het moment dat hij mij in mijn gezicht petste. Zodra de hoge piefen weg waren, vroeg hij me: deed het pijn? Ik zei van niet en toen hebben we toch even gelachen."

Of dat niet absurd was, een onderonsje met een SS'er? Had hij dan geen hekel aan ze? "Het was een bizarre situatie, er was niets normaal in zo'n kamp. En hoe gek het ook klinkt, op de een of andere manier moest je toch met elkaar samenleven. Ik had met hen te maken, en zij met mij. De intermenselijke relatie kon soms best vriendschappelijk zijn."

Gevaar op de loer

Toch lag het gevaar altijd op de loer. "Na een paar maanden raakte ik verzwakt. De vlooienbeten op mijn benen waren zwaar ontstoken, en ik werd met de dag zieker." Uit angst om in de zwakke groep die naar de gaskamers moest, te belanden, nam hij een pijnlijk besluit. 

"Ik heb mijn duim tussen de kiep- en zandwagen gestoken. Hij lag er zo goed als af." Met die verwonding kon hij naar de chirurg, die hem hielp en een paar dagen rust gaf. "Daardoor ontliep ik het appel waarbij je in de verkeerde groep kon belanden als je te zwak was. En zo kon ik voldoende herstellen." 

Bevrijding

In januari 1945 verliet Verduin Auschwitz, samen met andere kampbewoners. Ze lopen de 40 tot 60 kilometer lange 'dodenmars' naar Gleiwitz, van waaruit hij met de trein meereisde naar Buchenwald. Daar werden onder meer veel Joden en Polen heengevoerd om te worden vermoord.

Daar nam Verduin opnieuw een cruciale beslissing. Hij beweerde, als niet-besnedene, geen Jood te zijn. Hij werd niet de dood ingejaagd, maar naar de Hollandse barak gestuurd. Drie dagen later, op 11 april 1945, werd Buchenwald door het Amerikaanse leger bevrijd.

Auschwitz-herdenking

Morgen, 27 januari is het precies 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Naar Auschwitz werden in de Tweede Wereldoorlog 1,3 miljoen mensen - voornamelijk Joden - gedeporteerd, van wie er 1,1 miljoen zijn vermoord door de nazi's.

Ernst Verduin en andere overlevenden lezen een serie namen bij het gesproken monument De 102.000 Namen Lezen, van 22 tot en met 27 januari op het voormalig kampterrein van Kamp Westerbork. Zij vertegenwoordigen de steeds kleiner wordende groep overlevenden, die hun verhaal aan volgende generaties kunnen vertellen.

'Niet vergeten'

Waarom Ernst die namen voorleest? "Ik vind het belangrijk dat die namen van die mensen genoemd worden. Zolang er mensen zijn die hen kennen, leven ze nog, ook al zijn ze dood. Deze mensen, die allemaal vermoord zijn, mogen niet vergeten worden."

Het voorlezen van de namen is hier live te volgen

"Ik zat met een vriend te kletsen bij het toilettengebouw, toen alle SS'ers zich ineens moesten melden op het hoofdkwartier", vertelt Ernst over de bevrijding. "Er was commotie, en ineens sprong er een SS'er van een wachttoren. Op hetzelfde moment klonk geschreeuw en gejuich. Toen wist ik dat het voorbij was."

Mooiste verjaardagscadeau 

Na een paar weken kwam Ernst na een lange treinreis aan in Nederland. Omdat iedereen ervanuit ging dat zijn hele familie was omgekomen, werd hij ondergebracht bij een gastgezin, voordat hij bij zijn oom in Amsterdam ging wonen. Daarna verhuisde hij naar een vriendin van zijn moeder in Bussum.

Toen hij op zijn 18de verjaardag besloot om naar zijn oom en tante in Amsterdam te fietsen, kreeg hij daar het beste verjaardagscadeau ooit. "Toen ik daar aankwam, vertelde mijn tante dat mijn moeder haar net had gebeld om te vertellen dat ze nog leefde. Het is niet te beschrijven wat ik voelde toen ik dat hoorde. Het was ongelooflijk."

Ernst Verduin, na de oorlog. Beeld © Eigen foto

Zijn zus en vader overleefden de oorlog niet. "Dat doet nog steeds heel veel pijn. We hadden zo'n fijne band in het gezin. Natuurlijk maakten we wel eens ruzie, schreeuwden we tegen elkaar. Maar dat kon, en dat was niet erg."

Hereniging

Zijn moeder blijkt meerdere concentratiekampen in Polen en Duitsland te hebben overleefd en kwam op het eind van de oorlog door een uitwisselingsproject van Philips in Zweden. In augustus 1945 werd Ernst met zijn moeder herenigd.

Na de oorlog maakte Ernst zijn gymnasium af, werkte hij een tijdje als reisleider en studeerde economie. Ernst trouwde en stichtte een gezin, en begon zijn carrière in de pensioenwereld, waar hij tot aan zijn 65ste gewerkt heeft. 

Nu, jaren later, kijkt Ernst terug op zijn leven. "Ik heb op veel momenten de juiste keuzes gemaakt, maar ook veel geluk gehad", vertelt hij. "Door alles wat je meemaakt, leer je hoe betrekkelijk het leven is."

In zijn hoofd voelde Ernst zich, zelfs in de concentratiekampen, vrij. "Die geestelijke vrijheid was heel belangrijk voor mij, die heb ik altijd gehouden. Ook dat was misschien een overlevingstactiek."

Ernst Verduin Beeld © RTL Nieuws / Peter van der Struijs

Niet vergeten

Verduin overleefde de oorlog, maar kwam er niet onbeschadigd uit. "Bepaald niet", zegt hij daar zelf over. "Maar ik heb gelukkig goede hulp gekregen, gezocht en gevonden."

Ook geeft Ernst al jarenlang gastlessen op scholen. "Ik hoop dat ik er met mijn verhaal voor zorg dat mensen de oorlog niet vergeten. Op deze manier kan ik mensen herinneren aan wat er gebeurd is, in de hoop dat mensen niet weer dezelfde fouten maken. Want dit mag nooit meer gebeuren."

Over het levensverhaal van Ernst Verduin verscheen in 2015 het boek Over Leven. Zijn geschiedenis is volgens de auteurs een 'klassiek' verhaal van geluk, doorzettingsvermogen, moed én nog een ongelofelijke dosis toeval tussen 1943 en 1945.

Bron • RTL Nieuws