Binnenland

Principezaak: mag de Belastingdienst data van Museumkaarthouder zien?

Pepijn Nagtzaam • 15 november 2018 06:08 @pepijnnagtzaam

Beeld © ANP

Mag de Belastingdienst bezoekgegevens van een Museumkaarthouder inzien, of gaat dat te ver? Daarover doet de rechter vandaag uitspraak. Het gaat om een principezaak: de Belastingdienst wil informatie, de Museumvereniging wil pertinent niks verstrekken.

In maart 2017 verzocht de Belastingdienst de Museumvereniging om van een specifieke kaarthouder alle bezoekinformatie binnen een bepaalde periode aan te leveren. De belastingdienst wil die informatie hebben om te bepalen of diegene wel of niet in Nederland woonde in die periode.

De Belastingdienst benadrukt tegenover RTL Z dat het niet van alle 1,35 miljoen mensen met een Museumkaart de gegevens opvraagt, maar informatie zoekt van een kaarthouder die verdacht wordt van fraude. Deze persoon zegt in het buitenland te zijn geweest, maar het vermoeden bestaat dat hij of zij in Nederland woonde.

'Kaart heeft praktisch gezien geen nut'

De gegevens van de Museumkaart alleen zijn niet voldoende om dat te bewijzen, benadrukt een woordvoerder van de fiscus, maar er wordt gezocht naar een combinatie van bewijsstukken.

Daar gaat het volgens de Museumvereniging, de exploitant van de kaart, volledig fout. Praktisch gezien heeft de Belastingdienst volgens de stichting helemaal niets aan de informatie: er stond in die tijd nog geen pasfoto op de kaart en dus geven de bezoekgegevens geen enkele zekerheid over de gebruiker van de kaart en waar die wel of niet woonde, zegt de vereniging. Iemand anders had de kaart kunnen lenen en gebruiken.

Uitzondering bij nationale veiligheid

En dan is er nog de privacykwestie: de vereniging vindt het uit principiële overwegingen onacceptabel om de gegevens te verstrekken. “Vrijetijds- en cultuurbesteding dient vrij en veilig te zijn. Alleen als de nationale veiligheid in het geding is kan daarop een uitzondering worden gemaakt. Naar onze diepe overtuiging is dat hier niet het geval”, zegt de woordvoerder.

De meeste informatie voor het heffen van belasting vraagt de belastingdienst op bij burgers en bedrijven die het zelf moeten betalen. Maar om dat te kunnen controleren kan de dienst ook informatie opvragen aan derden, zoals hier het geval is.

Relevante vragen

Zo krijgt de Belastingdienst informatie van meer dan 50 soorten externe bronnen, en kan aan allerlei organisaties om informatie worden gevraagd - mits dat relevant is voor het uitoefenen van de taak: het vaststellen van de betalen belastingen en vervolgens het innen daarvan.

“De Belastingdienst mag bijvoorbeeld niet vragen wat voor kleur je auto heeft, maar wel met welk geld je hem hebt gekocht”, zegt Vanessa Huygen van Dyck-Jagersma van Jaeger Advocaten-belastingkundigen. “Zo’n vraag kan relevant zijn als je zelf opgeeft dat je niets verdient, maar wel een auto van een ton koopt.”

Parkeergegevens opgevraagd

Ondernemers zijn daarnaast verplicht om een administratie bij te houden, legt Hugyen uit. “Als het relevant is voor de belastingheffing, zijn ze verplicht om uit die administratie informatie over anderen af te staan. Daar zitten wel grenzen aan. De Belastingdienst mag wel aan een dokter of een advocaat vragen om de administratie - kosten, afspraken, data - maar niet om de inhoud van een dossier. Zo kun je gebruikersgegevens van parkeer-apps of Museumjaarkaart ook als dossierinhoud zien. Dat zou te ver gaan.”

In 2012 vroeg de Belastingdienst bij parkeerbedrijven SMS Parking, Yellowbrick en Parkmobile gegevens op, om te kunnen achterhalen waar gebruikers van de diensten hadden geparkeerd. Eerst mocht dat niet van de rechter, later werd in hoger beroep gesteld dat het wel toegestaan was.

Een paar jaar later gaf toenmalig directeur Hans Blokpoel aan dat dat voor hem een grens over ging, en dat het opvragen van de gegevens weer volgens de ‘oude stijl’ gebeurde. Er is gekeken naar de gegevens, maar er werd geoordeeld dat het niet proportioneel was om ze te verzamelen. De gegevens werden vernietigd.

Stichting Museumkaart heeft nu aangekondigd dat ze ‘de privacy van haar kaarthouders desnoods tot de hoogste Europese rechter zal verdedigen’. Dat snapt Menno Weij, privacy-expert bij Solv Advocaten, heel goed. “Zij moeten opkomen voor hun achterban: je kan het naar 1,3 miljoen mensen niet maken om gegevens zo weg te geven.”

'Specifieke set gegevens'

Maar Weij ziet ook een groot verschil tussen de parkeerdienstzaak en deze zaak. “Binnen de privacywet en de grondrechten is het grote verschil dat hier een hele specifieke set gegevens wordt gevraagd over een persoon die al verdacht wordt”, zegt Weij.

“Als ze denken dat die gegevens nodig zijn om eruit te komen, dan mogen ze dat vragen”, legt Weij uit. “Die bevoegdheid hebben ze. Als ze om alle gegevens van alle kaarthouders zouden vragen, zou ik me afvragen of dat kan. Maar voor inzage bij één persoon kun je het bijna niet meer proportioneel krijgen dan nu.”

Bron • RTL Z