henri_bontenbal.jpg

Henri Bontenbal

@Henribontenbal

Henri Bontenbal is energie-expert bij Stedin.

Opinie

De wet van de stimulerende achterstand

Maandag maakte minister Kamp bekend dat het consortium van Shell, Eneco, Van Oord en Mitsubishi het tweede windpark voor de kust van Borssele mag gaan bouwen. Het consortium legde een spectaculair lage prijs neer van 5,45 cent per kWh. Vorige week presenteerde minister Kamp ook zijn Energieagenda, waarin hij de ambities voor windenergie op zee nog verder opschroeft. Na jarenlange achterstand lijkt Nederland op weg om koploper te worden op het gebied van windenergie op zee.

Er bestaat zoiets als de 'wet van de remmende voorsprong'. Bedrijven die een voorsprong hebben opgebouwd ten opzichte van hun concurrenten, hebben de neiging lui te worden en te weinig te investeren in het behoud van hun koppositie. Andersom bestaat ook: de 'wet van de stimulerende achterstand'. Nederland lijkt deze laatste wet te volgen. Jarenlang was Nederland één van de trage jongetjes uit de klas qua duurzame energie. De afgelopen jaren hebben 'wij' weinig geïnvesteerd in windenergie op zee. Te duur, te moeilijk.

De ons omringende landen hebben de afgelopen jaren wél geïnvesteerd in windparken op zee. En daarmee hun lessen geleerd en betaald. Precies nu het kantelpunt is bereikt, stapt Nederland in. En hoe! Minister Kamp en zijn medewerkers hebben goed geluisterd naar de experts en goed gekeken naar de successen van het beleid in andere landen. Vervolgens is een stabiel stimuleringskader neergezet. De eerste tender, die gewonnen werd door het Deense Dong Energy, was al een succes en daar kan nu een tweede succes aan worden toegevoegd. De kosten van deze windparken zetten wereldwijd de toon.

Minister Kamp mag terecht trots zijn op zijn beleid. In het FD zegt hij over de kosten: "Bij het Energieakkoord was dat geraamd op maximaal 18 miljard euro voor wind op zee. Daarna is die raming verlaagd tot 12 miljard. Nu schatten we dat in op 6 miljard. Daarvan is 2 miljard subsidie voor de energieopwekking. De rest, dus 4 miljard, zijn de aansluitkosten, dus de kosten om de kabels uit zee op het net aan te sluiten."

In 2012 zei minister-president Mark Rutte nog dat windmolens niet op wind, maar op subsidie draaien. Anno 2016 zegt zijn partijgenoot en minister Henk Kamp: "De subsidie loopt er uit. Borssele 3 en 4 zullen zeven tot acht jaar subsidie krijgen, en dan niet meer."

U leest het goed: deze VVD-minister verwacht dat het gegunde windpark maar acht jaar subsidie nodig heeft en daarna niet meer. Dat zit zo. Het subsidiebedrag dat het consortium uiteindelijk krijgt is gelijk aan het bedrag van 5,45 cent per kWh minus het bedrag dat de verkoop van de windstroom oplevert op de elektriciteitsmarkt. Naar verwachting zal deze prijs (het zogenaamde 'correctiebedrag') de komende jaren langzaam oplopen, zodat er steeds minder subsidie nodig is. Rond 2020, als het windpark z’n eerste stroom gaat produceren, is het correctiebedrag zo’n 3 cent per kWh; tien jaar later is dit bedrag opgelopen naar zo’n 5,5 cent per kWh en is dus geen subsidie meer nodig.

Wie had deze snelle kostprijsdaling verwacht? Niet velen. Bij het sluiten van het Energieakkoord in 2013 werd afgesproken dat de windenergiesector een kostenbesparing van 40 procent in 2020 zou realiseren. Bij de eerste tender werd deze doelstelling al gehaald. Nog maar een half jaar geleden maakte een consortium van bedrijven en instellingen een afspraak met de minister om de kostprijs van windenergie op zee omlaag te brengen naar 7 cent per kWh in 2030. Ook die doelstelling is nu al gerealiseerd.

Overmand door het succes heeft het kabinet in haar Energieagenda nieuwe doelen geformuleerd voor windenergie op zee. In de periode 2019 tot 2023 wordt elk jaar een windpark van 700 MW neergezet. Daarna is de ambitie om elkaar 1.000 MW per jaar neer te zetten, zodat er in 2030 zo’n 11.500 MW staat. Deze 11.500 MW aan wind op zee zou van het huidige elektriciteitsverbruik meer dan 40 procent kunnen invullen. Een zeer ambitieuze doelstelling!

Wie ook trots mag zijn op de doorbraak van wind op zee in Nederland, is Diederik Samsom. Als energiewoordvoerder diende hij bijvoorbeeld al in 2008 een motie in om de aansluiting van windparken op zee door de landelijke netbeheerder te laten regelen. En toen in 2005 het CPB berekende dat windenergie op zee rond 2030 rendabel zou worden, meldde Samsom dat dat veel eerder het geval was; in 2015, meende hij.

Precies deze week neemt hij – treurig genoeg – afscheid van de Tweede Kamer. Als één van de ontwerpers van dit kabinet heeft hij een beslissende rol gespeeld in de duurzame energie-ambities van dit kabinet. Niet voor niets zei minister Kamp onlangs: "Zonder Diederik Samsom was Nederland op het gebied van groene energie stil blijven staan." Waarvan akte.

Meer van Henri Bontenbal

Meer opinie